NJB 2025/1790:Strafrechtelijke transactie. Bedrog. Dwaling. Iemand die verdacht wordt van het klachtdelict schending van bedrijfsgeheimen, sluit een transactie op grond waarvan hij een geldbedrag betaalt en onbetaalde arbeid verricht. Later verklaart de strafrechter het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van medeverdachten, op de grond dat niet is voldaan aan het klachtvereiste. De verdachte vordert vernietiging van de transactie wegens bedrog of dwaling. Zie ook NJB 2025/1798. Hoge Raad: Een strafrechtelijke transactie kan in beginsel worden vernietigd met een beroep op overeenkomstige toepassing van de civielrechtelijke bepalingen over bedrog en dwaling.