V-N Vandaag 2023/334
Matiging vergrijpboete wegens wanverhouding ondanks stelselmatig niet doen van aangifte
HR 10-02-2023, ECLI:NL:HR:2023:215
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2023
- Zaaknummer
22/02166
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:215, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2023
- Wetingang
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BWBR0038145, 21)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 67a)Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BWBR0038145, 26)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 67d)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 2.17)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 27h)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 27e)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 9)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 8)Algemene wet bestuursrecht (BWBR0005537, 7:3)
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur de vergrijpboete 2015 en verzuimboete 2016 terecht heeft opgelegd, omdat X bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat te weinig belasting wordt geheven door stelselmatig geen aangifte te doen. Wel wordt de vergrijpboete gematigd tot € 25.000 wegens wanverhouding. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X is uitgenodigd, herinnerd en aangemaand tot het doen van aangiften IB voor 2015 en 2016, maar dient geen aangiften in. In geschil is onder andere de vraag of de vergrijpboete voor 2015 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.