NJ 2016/274
EEX-Verordening. Rechterlijke bevoegdheid. Door consumenten gesloten overeenkomsten; begrip commerciële of beroepsactiviteit ‘gericht op’ de lidstaat van de consument in de zin van art. 15, lid 1, onder c; overeenkomst die verband houdt met consumententransactie als bedoeld in art. 15, lid 1, onder c.
HvJ EU 23-12-2015, ECLI:EU:C:2015:844, m.nt. L. Strikwerda (Hobohm)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
23 december 2015
- Magistraten
L. Bay Larsen, J. Malenovský, M. Safjan, A. Prechal, K. Jürimäe
- Zaaknummer
C-297/14
- Conclusie
A-G P. Cruz Villalón
- Noot
L. Strikwerda
- Roepnaam
Hobohm
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS110746:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2015:844, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 23‑12‑2015
- Wetingang
Art. 15 lid 1 onder c Verordening (EG) nr. 44/2001 (EEX-Verordening)
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) bij beslissing van 15 mei 2014.
EEX-Verordening. Rechterlijke bevoegdheid. Door consumenten gesloten overeenkomsten; begrip commerciële of beroepsactiviteit ‘gericht op’ de lidstaat van de consument in de zin van art. 15, lid 1, onder c; overeenkomst die verband houdt met consumententransactie als bedoeld in art. 15, lid 1, onder c.
Samenvatting
Art. 15, lid 1, onder c, van de EEX-Verordening, voor zover daarin sprake is van de overeenkomst die is gesloten in het kader van de commerciële of beroepsactiviteiten die een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.