RAV 2026/23
Beroepsfout advocaat. Hoe dient een schadevergoedingsvordering te worden beoordeeld wanneer een advocaat een beroepsfout heeft gemaakt door de appeltermijn te laten verstrijken, met als gevolg een verloren proceskans voor de cliënt?
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:53
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03157
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD94950:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Juridische beroepen / Advocaat
Juridische beroepen / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:53, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:991, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Beroepsfout advocaat. Kansschade. Bewijslevering.
Hoe dient een vordering tegen verzekeraars te worden beoordeeld wanneer een advocaat een beroepsfout heeft gemaakt door de appeltermijn te laten verstrijken, met als gevolg een verloren proceskans voor de cliënt? Hoe dient de rechter de hypothetische uitkomst van een gemist hoger beroep te beoordelen? Hoe moet er bij de beoordeling van de hypothetische situatie rekening worden gehouden met bewijs dat de cliënt in hoger beroep nog had willen aanleveren?
Samenvatting
Cliënt is een procedure gestart tegen zijn voormalig advocaat wegens het laten verstrijken van de appeltermijn. In een verzekeringsprocedure heeft de rechtbank voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.