Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.3.7
2.3.7 Gedragsnormen, toetsingsnormen/toetsingsregels en beslissingsregels
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS348491:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In de literatuur wordt veelal gesproken over ‘toetsingsnormen’. Ik geef de voorkeur aan de term ‘toetsingsregel’ omdat (i) daarmee duidelijker het onderscheid wordt gemaakt met de term ‘gedragsnorm’ en (ii) met de term in feite wordt beoogd duidelijk te maken welke regels de rechter dient te hanteren bij de beoordeling van de vraag of een (gedrags)norm is geschonden. Ik zal in dit proefschrift beide termen blijven hanteren.
Zie hierover: Drion 1973, p. 57-58; L. Timmerman, ‘Toetsing van ondernemingsbeleid door de rechter, mede in rechtsvergelijkend perspectief. Over het onderscheid tussen gedragsnormen en toetsingsnormen’, Ondernemingsrecht 2003, p. 555; L. Timmerman, ‘Impliceert beperkte toetsing door de rechter ook beperkte verantwoordelijkheid?’, Ondernemingsrecht 2006/101; Assink 2007, p. 516-526; Timmerman 2009a, nr. 31 en 32; Timmerman 2009b, p. 481 e.v., zich baserend op Drion 1973; Assink & Slagter 2013, Compendium Ondernemingsrecht, p. 1014 e.v.; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/200; B.F. Assink en J.M. de Jongh, ‘Gedragsnorm, enquêterecht en aandeelhouder’, in: B.F. Assink e.a. (red.), De toekomst van het Ondernemingsrecht, Opstellen voor Prof mr. L. Timmerman, Deventer: Kluwer 2015, p. 1 t/m 15. Een inspiratiebron voor Timmerman en Assink blijkt hierbij te zijn geweest: M.A. Eisenberg, ‘The divergence of standards of conduct and standards of review in corporate law’, Fordham Law Review 1993, Volume 62, Issue 3, p. 437 e.v.
Drion 1973, p. 57-58.
Timmerman 2003b, p. 555.
Men zou kunnen stellen dat wettelijke bepalingen naast gedragsnormen soms ook beslissingsregels en/of toetsingsnormen/toetsingsregels1 bevatten of impliceren die door de rechter gehandhaafd moeten worden.2 Met beslissingsregels wordt volgens Drion bedoeld: regels waarvan de primaire functie is aan te geven hoe in bepaalde conflictsituaties door de rechter moet worden beslist. Het is met name de wetgever die deze beslissingsregels reeds in de wet heeft opgenomen door aan het schenden van de gedragsnorm een consequentie te verbinden. Als de wetgever dat niet heeft gedaan, is de beslissingsregel vaak af leiden uit de gedragsnorm. Drion noemde het volgende voorbeeld: “Neem een regel als die van art. 44 van het Wegenverkeersreglement. De bestuurder die van richting wil veranderen moet o.a. zijn voornemen duidelijk en tijdig kenbaar maken. Zoals alle verkeersregels een typische gedragsregel. Daaraan doet niet af dat in een bepaald proces deze regel een beslissingsfunctie kan vervullen.”3 Is bijvoorbeeld sprake van een ongeval omdat iemand heeft verzuimd zijn verkeerslicht te gebruiken, dan zal deze beslissingsfunctie door de rechter kunnen worden geformuleerd in de volgende beslissingsregel: ‘een persoon die schade heeft veroorzaakt door in strijd met het wegenverkeersreglement zijn knipperlicht niet te gebruiken, is aansprakelijk voor die schade.’ In dit voorbeeld:
luidt de gedragsnorm ‘de bestuurder die van richting wil veranderen moet zijn voornemen duidelijk en tijdig kenbaar maken’; en
luidt de beslissingsregel ‘als de bestuurder dat niet heeft gedaan is hij aansprakelijk’.
Een toetsingsregel heeft dan betrekking op de toets die de rechter dient aan te leggen om vast te stellen of de gedragsnorm is geschonden. Timmerman gebruikte in 2004 de term ‘toetsingsnorm’ bijvoorbeeld in het kader van een aan de rechter te geven werkwijze om te beoordelen of sprake is van wanbeleid in het kader van een enquêteprocedure. Hij bepleitte in dat verband dat de rechter terughoudend dient te toetsen, omdat de rechtspersoon over een bepaalde mate van autonomie beschikt en de daarbij betrokken personen een bepaalde beoordelingsvrijheid hebben.4 Kijkt men naar art. 6:162 BW, dan luidt de gedragsnorm bijvoorbeeld ‘gij zult niet onrechtmatig handelen’ en vormt de vraag ‘heeft de betrokkene een inbreuk op een recht gemaakt?’ onderdeel van de toetsingsregel. De beslissingsregel is dat de betrokkene aansprakelijk is voor schade als gevolg van zijn onrechtmatig handelen.
In het kader van de vraag of sprake is van onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:9 BW, blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever ook bepaalde toetsingsregels voor ogen had. Deze toetsingsregels hielden in dat de rechter het handelen van de bestuurder dient te beoordelen naar het moment van het handelen van de betrokken bestuurder, rekening houdend met het gevaar van hindsight bias en met beleidsruimte van de bestuurder (zie par. 3.7 hierna). Aan de hand van onder meer die toetsingsregels kan worden beoordeeld of de bestuurder de gedragsnorm (‘gij zult uw taak behoorlijk vervullen’) heeft geschonden en of de beslissingsregel (‘de bestuurder is dus aansprakelijk’) in werking treedt. De rechter of de doctrine hebben, gelet op de trias politica, vanzelfsprekend niet de macht om de door de wetgever gegeven gedragsnormen, toetsingsregels en beslissingsregels opzij te zetten (zie over deze termen verder par. 5.6 hierna).