Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/1.1
1.1 Onderwerp, probleemstelling en onderzoeksvragen
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS609836:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een nadere toelichting op de doelstellingen van het jaarrekeningenrecht Beckman en Marseille 2013, p. 78-79.
Zie art. 2:393 BW.
Zie de begrippenlijst bij de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (‘NV COS’).
Zie voor een beschrijving van deze schandalen bijvoorbeeld Jones 2011. Niet alleen het accountantsberoep maar ook andere klassieke professies kampen met ontwikkelingen die de publieke opinie en het vertrouwen beïnvloeden, zie Arts, Batenburg en Groenewegen (red.) 2001.
Financiële verslaggeving vormt een belangrijke informatiebron in de financiële markten. Gegevens uit de jaarrekening verschaffen inzicht in de financiële staat van de vennootschap, vormen de grondslag waarop het bestuur en de raad van commissarissen verantwoording afleggen aan het rekening-en-verantwoordingsorgaan en dragen bij aan de bescherming van het kapitaal en het vermogen bijvoorbeeld bij de winstuitkering.1 Accountants voegen zekerheid toe aan de, door het bestuur van de rechtspersoon, opgestelde jaarrekening door middel van het uitvoeren van een – in de terminologie van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) – deskundigenonderzoek en het afgeven van een accountantsverklaring.2 Een accountant zou in dit verband overigens spreken van het uitvoeren van een controle van de financiële overzichten waarover hij verslag uitbrengt in onder meer een controleverklaring.3 Voor de gebruiker van de jaarrekening is het echter lastig, wellicht zelfs onmogelijk, om inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van deze werkzaamheden. De controle van de jaarrekening door de accountant en de daaruit voortvloeiende accountantsverklaring kwalificeren als vertrouwensgoed. De accountantsverklaring voegt derhalve slechts waarde toe aan de financiële verslaggeving bij vertrouwen van de gebruiker in de kwaliteit van de door de accountant uitgevoerde controle. Vertrouwen vormt de basis van het accountantsberoep.
Het vertrouwen in de accountant en de accountantsorganisatie staat de laatste jaren wereldwijd onder druk mede door de diverse ‘boekhoudschandalen’.4 Dit heeft geleid tot een maatschappelijk, politiek en wetenschappelijk debat over de vraag hoe de kwaliteit van de wettelijke controle verbeterd kan worden.
Tegelijk is door wet- en regelgevers een scala aan nieuwe maatregelen opgesteld die beogen het gerechtvaardigd vertrouwen in de accountant te herstellen en de kwaliteit van de controle en daaruit voortvloeiende accountantsverklaring te verbeteren. De totstandkoming van deze kwaliteitsbevorderende wet- en regelgeving die van toepassing is op accountants en accountantsorganisaties vormt de aanleiding van dit promotieonderzoek.
In dit proefschrift vindt u een studie naar kwaliteitsbevorderende wetgeving voor accountantsorganisaties in Nederland. Met deze studie beoog ik enerzijds de totstandkoming en ontwikkeling van de (kwaliteitsbevorderende) wetgeving van toepassing op Nederlandse accountantsorganisaties in kaart te brengen en anderzijds doe ik een aanzet om kwaliteitsbevorderende wetgeving die voor de accountantsorganisaties tot stand is gekomen te evalueren.
De probleemstelling die ten grondslag ligt aan dit proefschrift luidt als volgt:
Er is een grote hoeveelheid wet- en regelgeving voor accountants en accountantsorganisaties met het oogmerk om de kwaliteit van de wettelijke controle te verbeteren. Hoewel kwaliteitsbevorderende wetgeving een centrale plaats inneemt in de Nederlandse markt voor wettelijke controles bestaat onduidelijkheid over de doelmatigheid en doeltreffendheid ervan. Deze onduidelijkheid leidt niet alleen tot inefficiënte maatschappelijke en politieke discussies, maar heeft ook tot gevolg dat toezichthouders, accountantsorganisaties en de bij haar werkzame accountants worstelen met het interpreteren en uitvoeren van de wetgeving. Het is daarom noodzakelijk om (meer) inzicht te verkrijgen in de beleidsoverwegingen die ten grondslag liggen aan deze kwaliteitsbevorderende wetgeving alsmede in de werking van de kwaliteitsbevorderende wetgeving voor accountants en accountantsorganisaties in de praktijk.
Uit deze probleemstelling vloeien twee vragen voort die centraal staan in dit onderzoek:
Waarom is kwaliteitsbevorderende wetgeving voor Nederlandse accountantsorganisaties tot stand gekomen?
In hoeverre is de kwaliteitsbevorderende wetgeving voor accountantsorganisaties effectief vormgegeven en in staat kwaliteitsbevorderend te werken in de praktijk?