NJB 2021/3265:Op basis van een erfdienstbaarheid gebruikt de Staat een waterperceel van een ander door daar een overnachtingshaven te hebben. De Staat wil de overnachtingshaven uitbreiden. De eigenaar van het waterperceel verzet zich daartegen. Het hof merkt het waterperceel aan als openbaar vaarwater. Het wijst de vordering van de eigenaar van het waterperceel toe op de grond dat de uitbreiding leidt tot een verzwaring van de erfdienstbaarheid. Hoge Raad: 1. Openbaar vaarwater. Openbaar water is water waarvan blijkens het feitelijke gebruik een ieder gebruik kan maken. Openbaar vaarwater is openbaar water dat met enige duurzaamheid en frequentie wordt gebruikt voor het economisch vervoer van goederen en personen. 2. Erfdienstbaarheid. Duldplicht van de eigenaar van openbaar vaarwater. Openbaarheid van vaarwater betekent niet zonder meer dat de eigenaar elk gebruik moet dulden. De omstandigheid dat het waterperceel openbaar vaarwater is en dat als gewoon gebruik moet worden aangemerkt het gebruik door aankomende en vertrekkende binnenschepen die in de overnachtingshaven verblijven, betekent dat de eigenaar dat gebruik heeft te dulden, ook indien de intensiteit daarvan toeneemt door een wijziging van de inrichting van de overnachtingshaven indien en voor zover die wijziging binnen de aan de Staat op grond van de erfdienstbaarheid toekomende bevoegdheid valt.