JAR 2013/157
Geen gezagsverhouding, geen arbeidsovereenkomst promovendi. Opleidingsaspect staat centraal.
Hof Arnhem-Leeuwarden 23-04-2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8365
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
23 april 2013
- Magistraten
Mrs. K.E. Mollema, A.M. Koene, R.A. Zuidema
- Zaaknummer
200.051.661/01
- LJN
BZ8365
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8365, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 23‑04‑2013
- Wetingang
Art. 7:610, 7:610a, 7:615 BW
Essentie
15 promotiestudenten, werkzaam bij de rijksuniversiteit Groningen, stellen zich op het standpunt dat zij werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Zij verrichte productieve arbeid, gedurende drie maanden wekelijks, dan wel gedurende tenminste twintig uur per maand en ontvangen hiervoor een loon. Eisers beroepen zich op het wettelijk vermoeden van art. 7:610a BW. Werkgever kan dit vermoeden weerleggen. De kantonrechter is van mening dat er een gezagsverhouding bestaat. Het Hof is een andere mening toegedaan, omdat de rol van de promotor beperkt is tot de bewaking van de voortgang van het promotieplan en tot het geven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.