M en R 2018/15
Oplegging van de bijkomende straf ex artikel 7, aanhef en onder a, van de WED (ontzetting van het recht tot uitoefening van een bepaald beroep)
Rb. Gelderland 04-12-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6264, m.nt. H.J.A. van Ham
- Instantie
Rechtbank Gelderland
- Datum
4 december 2017
- Magistraten
Tomassen, Noordraven, Driessen
- Zaaknummer
05/982758-14
- Noot
H.J.A. van Ham
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928098:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBGEL:2017:6264, Uitspraak, Rechtbank Gelderland, 04‑12‑2017
- Wetingang
(Art. 7 Wet op de economische delicten, art. 28, eerste lid, aanhef en onder 5º van het Wetboek van Strafrecht)
Essentie
Oplegging van de bijkomende straf ex artikel 7, aanhef en onder a, van de WED (ontzetting van het recht tot uitoefening van een bepaald beroep)
Samenvatting
Straftoepassing in een milieustrafzaak m.b.t. afvalstoffen, in relatie tot het rijke sanctiearsenaal dat de WED kent. Naast oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden wordt de bijkomende straf ex artikel 7, aanhef en onder a, WED opgelegd. Het betreft de bijkomende straf van ontzetting van het recht (ex artikel 28, eerste lid, aanhef en onder 5º Sr) tot uitoefening van het beroep van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.