Hof Den Haag, 09-02-2023, nr. 22-002327-21.a
ECLI:NL:GHDHA:2023:401
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
09-02-2023
- Zaaknummer
22-002327-21.a
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2023:401, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑02‑2023; (Hoger beroep)
Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:1241
Uitspraak 09‑02‑2023
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen valselijk opmaken van reisdocument/identiteitsbewijs en vals reisdocument/identiteitsbewijs voorhanden hebben. Het voorhanden/verworven hebben van een saxofoon terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.
Rolnummer: 22-002327-21
Parketnummer: 09-767409-17
Datum uitspraak: 9 februari 2023
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 3 augustus 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats 1] ( [land 1] ),
adres: [woonadres] te [woonplaats] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder
2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op een of meer tijdstippen in de periode van 17 oktober 2017 tot en met 13 november 2017 te Amsterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een Belgisch paspoort met nummer [paspoortnummer] , ten name van [medeverdachte] geboren op [geboortedatum 2] 1974 te [geboorteplaats 2] te [land 2] , valselijk heeft opgemaakt of vervalst
en/of
hij op of omstreeks 12 november 2017 te Amsterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans allleen, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een Belgisch paspoort met nummer [paspoortnummer] , ten name van [medeverdachte] geboren op [geboortedatum 2] 1974 te [geboorteplaats 2] te [land 2] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad;
2.hij op een of meer tijdstippen in de periode van 22 oktober 2017 tot en met 22 januari 2018 te Amsterdam een saxofoon (merk Selmer, serie 3) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van de saxofoon wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvullingen en verbetering aanbrengt.
Aanvullingen
Voorwaardelijke verzoeken
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte na te noemen voorwaardelijke verzoeken gedaan:
- het horen van de tolk in onderhavige zaak als getuige;
- het benoemen van een deskundige teneinde nader onderzoek te doen naar de stemherkenning van de verdachte;
- inzage/voeging van het onderzoek RHYLL teneinde de identificatie aldaar te kunnen onderzoeken.
De verzoeken om het horen van de tolk en het benoemen van een deskundige worden afgewezen, nu het hof, gelet op de omstandigheid dat de verklaring van de tolk niet tot het bewijs is gebezigd, de noodzaak daartoe niet is gebleken.
Het verzoek tot inzage/voeging van het onderzoek RHYLL wordt eveneens afgewezen. Mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, en gelet op hetgeen is aangevoerd, is het hof de noodzaak hiertoe niet gebleken.
Opgelegde straf
De gevangenisstraf zoals opgelegd door de rechtbank is korter dan de tijd die door de verdachte reeds in voorlopige hechtenis is doorgebracht.
Verbetering
Het cursief weergegeven kopje onder punt 3.5. op pagina 2 van het vonnis, dat luidt “Feit 1 en 2”, dient te worden verbeterd in “Feit 1”.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,
mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. E.J. van As, in bijzijn van de griffier mr. L.A. Haas.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 februari 2023.
mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst is buiten staat om dit arrest mede te ondertekenen.