RvdW 2013/1142:Tien Bulgaren, waarvan er negen lijden aan kanker in een terminale fase, wenden zich tot een Bulgaarse privé-kliniek omdat conventionele behandelwijzen niet meer mogelijk zijn of niet zijn aangeslagen. In de kliniek wordt hen verteld over een door een Canadees bedrijf ontwikkeld experimenteel medicijn tegen kanker. Het medicijn is niet in Bulgarije noch in enig ander land officieel goedgekeurd, maar in enkele landen is het voorschrijven ervan ten aanzien van terminaal zieke patiënten wel toegestaan om barmhartigheidsredenen (‘compassionate use’). Het Canadeze bedrijf informeert het Bulgaarse Ministerie van Gezondheid dat het gedurende de pre-klinische ontwikkelingsfase bereid is het medicijn gratis aan de privé-kliniek te verschaffen ten behoeve van terminaal zieke kankerpatiënten in ruil voor gegevens over de resultaten van de behandeling. De betreffende Bulgaren vragen aan de medische autoriteiten om toestemming voor gebruik van het medicijn, maar die toestemming wordt hen op basis van de toepasselijke nationale regelgeving niet gegeven, omdat het medicijn noch officieel is goedgekeurd, noch in enig ander land is goedgekeurd of aldaar in een officiële klinische testfase is. Het voorschrijven van een dergelijk medicijn om redenen van barmhartigheid is evenmin mogelijk. Verzoekers wenden zich vervolgens tot het Bulgaarse Ministerie van Gezondheid en tot de Bulgaarse Ombudsman, maar tevergeefs. De betreffende privé-kliniek is inmiddels geschrapt uit het register van gezondheidsinstellingen, omdat zij zich heeft bezig gehouden met activiteiten die strijdig zijn met medische standaarden. De Bulgaren klagen bij het EHRM op basis van de artikelen 2, 3 en 8 over het verhinderen van het gebruik van het medicijn. Vier van hen zijn sinds het indienen van de klacht overleden. De procedure bij het EHRM is met goedkeuring van het EHRM door hun familieleden voortgezet.