Kamer voor het Notariaat 's-Hertogenbosch, 18-08-2014, nr. SHE/2014/3
ECLI:NL:TNORSHE:2014:15
- Instantie
Kamer voor het Notariaat 's-Hertogenbosch
- Datum
18-08-2014
- Magistraten
Mrs. H.A.W. Snijders, H.G. Robers, M.A.M. Kessels, J.A.P. Dings, G.A.M. van Lith
- Zaaknummer
SHE/2014/3
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Notaris
Juridische beroepen / Tuchtrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:TNORSHE:2014:15, Uitspraak, Kamer voor het Notariaat 's-Hertogenbosch, 18‑08‑2014
Uitspraak 18‑08‑2014
Mrs. H.A.W. Snijders, H.G. Robers, M.A.M. Kessels, J.A.P. Dings, G.A.M. van Lith
Partij(en)
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT 'S‑HERTOGENBOSCH
De kamer voor het notariaat neemt de volgende beslissing naar aanleiding van de klacht van
de heer [A] (verder: klager), wonende te […],
tegen
notaris mr. [B] (verder: notaris), gevestigd te […].
1. De procedure
1.1.
Klager heeft bij brief van 2 januari 2014 een klacht geformuleerd tegen de notaris. Deze klacht is op 6 januari 2014 binnengekomen bij de kamer voor het notariaat (verder: de kamer).
1.2.
De notaris heeft op de klacht geantwoord. Vervolgens is gerepliceerd en gedupliceerd.
De kamer heeft nadien kennisgenomen van de brief (met bijlage) van klager gedateerd 11 juni 2014.
1.3.
De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft de behandeling van de zaak verwezen naar de volle kamer.
1.4.
De kamer heeft de klacht behandeld op 16 juni 2014. Verschenen zijn klager en de notaris.
Zij hebben hun standpunten toegelicht.
1.5.
Ter zitting heeft de kamer de notaris in de gelegenheid gesteld nadere stukken in het geding te brengen. Bij brief van 18 juni 2014 heeft de notaris een aantal e-mailberichten overgelegd.
De kamer heeft vervolgens klager in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Bij brief van 8 juli 2014 heeft klager hiervan gebruik gemaakt.
2. De feiten
2.1.
[X] B.V. (hierna: [X]) beheert en exploiteert onroerende zaken. [Y] B.V. (hierna: [Y]) is enig bestuurder van [X]. De heer [C] (hierna: [C]) is enig bestuurder van [Y]. [Y] is houder van een derde van de aandelen in [X].
2.2.
[Z] B.V. (hierna: [Z]) is eveneens houder van een derde van de aandelen in [X]. De heer [D] (hierna: [D]) is enig bestuurder van [Z].
2.3.
Klager is ook houder van een derde van de aandelen in [X].
2.4.
De statuten van [X] luiden — voor zover hier relevant — als volgt:
‘(…)
Bestuur
Artikel 16:
(…)
- 2.
De directie behoeft de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders voor besluiten welke betrekking hebben op de vennootschap zelf (…) strekkende tot:
(…)
- j.
het verkrijgen, vervreemden en bezwaren, in gebruik nemen of geven, onder welke titel ook, van onroerende zaken en het beëindigen van zodanig gebruik;
- k.
het aangaan van geldleningen (…)
Vertegenwoordiging
Artikel 17
- 1.
Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan:
- a.
iedere bestuurder met de titel algemeen directeur afzonderlijk;
- b.
twee gezamenlijk handelende bestuurders.
- 2.
In alle gevallen waarin de vennootschap een tegenstrijdig belang heeft met één of meer bestuurders wordt de vennootschap niettemin op de hiervoor gemelde wijze vertegenwoordigd.
(…)
Algemene vergadering van aandeelhouders
Artikel 22
(…)
- 2.
Jaarlijks wordt uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering (hierna jaarvergadering) gehouden.
Hierin worden behandeld:
(…)
- e.
hetgeen verder ter tafel wordt gebracht, met dien verstande dat omtrent onderwerpen die niet in de oproepingsbrief of in een aanvullende oproepingsbrief met inachtneming van de voor de oproeping gestelde termijn zijn vermeld, niet wettig kan worden besloten, tenzij het besluit met algemene stemmen wordt aangenomen in een vergadering, waarin alle aandeelhouders (…) aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
(…)
Oproeping
Artikel 23
(…)
- 4.
Is de oproepingstermijn niet in acht genomen of heeft geen oproeping plaats gehad, dan kunnen geen wettige besluiten worden genomen, tenzij met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle andeelhouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
(…)
Besluitvorming
Artikel 25
(…)
- 2.
In afwijking van hetgeen elders in deze statuten is bepaald dienen alle besluiten van de algemene vergadering, zonder uitzondering, te worden genomen met algemene stemmen (unaniem).
(…)
Besluitvorming buiten algemene vergadering
Artikel 26
Alle besluiten, die in een algemene vergadering genomen kunnen worden, kunnen (…) ook buiten vergadering genomen worden, mits alle aandeelhouders zich schriftelijk al dan niet per enig telecommunicatiemiddel voor het voorstel hebben verklaard en het bestuur is gehoord (…)’
2.5.
In november 2009 heeft [X] voor een bedrag van € 265.000,-- het appartementsrecht plaatselijk bekend […], gemeente […](hierna: appartement) verkregen.
2.6.
Bij koopovereenkomst van 16 juli 2013 hebben [C] en [D] het appartement voor een bedrag van € 205.000,-- van [X] gekocht. De akte van levering is op 19 augustus 2013 voor de notaris verleden. [C] is daarbij als bestuurder van [Y] opgetreden die [X] heeft vertegenwoordigd. De akte is op 20 augustus 2013 in de openbare registers ingeschreven.
2.7.
Blijkens voormelde akte van levering is de koopprijs als volgt voldaan:
- 1.
€ 154.000,-- door storting op de rekening van [X] via de derdengelden rekening van de notaris;
- 2.
€ 15.783,-- en € 12.563,-- door verrekening van de vorderingen van respectievelijk [C] en [D];
- 3.
€ 9.717,-- en € 12.937,-- wordt door respectievelijk [C] en [D] schuldig gebleven.
2.8.
Over de verkoop van het appartement door [X] aan [C] en [D] is een geschil ontstaan.
Klager heeft een kort geding procedure aangespannen tegen [X], [C] en [D]. Bij vonnis in kort geding van 27 februari 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg geoordeeld dat het besluit van het bestuur tot het vervreemden van het appartement voorshands voor nietig dient te worden gehouden wegens strijd met artikel 16 lid 2 aanhef en sub j. en k., artikel 25 lid 2 en — in voorkomend geval — artikel 26 van de statuten. De voorzieningenrechter heeft [C] en [D] verboden het appartement te verkopen en over te dragen aan een derde, te bezwaren of te verhuren op verbeurte van een dwangsom. Voorts heeft de voorzieningenrechter [C], [D] en [X] veroordeeld, voor zover nodig, de transactie tot overdracht van het appartement ongedaan te maken en wel zodanig dat de volle en onbezwaarde eigendom van voornoemd appartement terugkeert in het vermogen van [X], eveneens op verbeurte van een dwangsom. Bij akte van levering van 15 mei 2014, verleden voor de notaris, is hieraan gevolg gegeven. [C], [D] en [X] hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Deze procedure is nog aanhangig.
2.9.
Voorts heeft klager de Ondernemingskamer te Amsterdam verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van [X] en onmiddellijke voorzieningen te treffen. Ook deze procedure is nog aanhangig.
3. De klacht en het verweer
3.1.
Klager verwijt de notaris dat de notaris ondeugdelijk heeft gehandeld. De klacht bestaat uit de navolgende onderdelen:
- 1.
de notaris heeft er niet op toegezien dat de vereiste besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders aanwezig waren;
- 2.
de notaris heeft de interne rechtsorde van de vennootschap veronachtzaamd;
- 3.
de notaris heeft de inhoud van de koopovereenkomst klakkeloos overgenomen in de akte van levering;
- 4.
de notaris heeft niet, althans niet in voldoende mate of op een adequate wijze, toegezien op betaling van de koopprijs door kopers;
- 5.
de notaris heeft geweigerd zich te verantwoorden en heeft zijn inhoudelijke standpunt afhankelijk gemaakt van de uitkomst van een (posterieure) aandeelhoudersvergadering.
3.2.
De notaris voert hiertegen verweer.
3.3.
De kamer zal hierna — voor zover relevant — op de stellingen van partijen ingaan.
4. De beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De kamer dient de handelwijze van de notaris te toetsen aan de in dat artikel omschreven tuchtnorm.
klachtonderdeel 1
4.2.
Klager verwijt de notaris in het eerste klachtonderdeel dat de notaris er niet op heeft toegezien dat de vereiste ava-besluiten aanwezig waren. Klager stelt dat de navolgende ava-besluiten ontbraken:
- a.
het ava-besluit inzake de bevoegdheid van het bestuur tot vervreemding van een aan de vennootschap toebehorend registergoed. Klager wijst in dat verband naar artikel 16 lid 2 aanhef en sub j. van de statuten.
- b.
het ava-besluit inzake de bevoegdheid van de tegenstrijdig belang bestuurder. Klager wijst in dat verband naar artikel 2:239 BW.
- c.
het ava-besluit tot verstrekking van geldleningen door de vennootschap aan kopers. Klager wijst in dat verband naar artikel 16 lid 2 aanhef en sub k. van de statuten.
De kamer overweegt met betrekking tot dit klachtonderdeel als volgt.
De op de notaris rustende, zwaarwegende zorgplicht houdt onder meer in dat op de notaris die een akte verlijdt, waarbij namens een partij wordt opgetreden door een vertegenwoordiger, de jegens alle belanghebbenden geldende verplichting rust zich zo volledig en nauwkeurig mogelijk ervan te vergewissen dat die vertegenwoordiger bevoegd is tot het namens de vertegenwoordigde verrichten van de in die akte opgenomen rechtshandelingen. Op grond van deze zorgplicht is de notaris gehouden onderzoek te doen naar de vertegenwoordigingsbevoegdheid.
In het onderhavige geval heeft de notaris het handelsregister bij de Kamer van Koophandel geraadpleegd. Blijkens deze inzage was [Y] bevoegd bestuurder van [X] en was [C] bevoegd bestuurder van [Y].
De zorgplicht, en de daaruit voortvloeiende onderzoeksplicht met betrekking tot de vertegenwoordigingsbevoegdheid, reikt in het algemeen niet zover dat de notaris onderzoek dient te doen naar interne bevoegdheidsbeperkingen binnen een vennootschap. Bijkomende omstandigheden kunnen echter meebrengen dat in het concrete geval op de notaris wel de plicht rust hiernaar onderzoek te verrichten. Dit is aan de orde indien de notaris weet dat de bevoegdheid van de betreffende vertegenwoordiger intern is beperkt dan wel indien de omstandigheden aanleiding geven tot twijfel omtrent de onvoorwaardelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid.
In het onderhavige geval was de notaris ervan op de hoogte dat voor het vervreemden van het appartement de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders van [X] was vereist. De notaris heeft gesteld dat de bestuurder hem voorafgaand aan de overdracht de achtergrond van de transactie heeft medegedeeld, te weten: verbetering van de slechte liquiditeitspositie van [X]. Voorts heeft de notaris gesteld dat de bestuurder voorafgaand aan de overdracht heeft medegedeeld dat de aandeelhouders hun goedkeuring aan deze verkooptransactie hebben gegeven. Ook heeft de notaris gesteld dat hij de bestuurder heeft gewezen op de voor hem uit de statuten voortvloeiende verplichtingen. Ter onderbouwing heeft de notaris het e-mailbericht van 14 augustus 2013 overgelegd. Tot slot heeft de notaris gesteld dat hij met het oog op artikel 16 van de statuten de bestuurder heeft verzocht een taxatierapport te verstrekken, welk taxatierapport vervolgens door de bestuurder voorafgaand aan de overdracht is verstrekt. De koopprijs in de koopovereenkomst is gelijk aan de in dit taxatierapport vermelde waarde.
Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden kan het de notaris in redelijkheid niet worden verweten dat hij niet om overlegging van het goedkeuringsbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders tot vervreemding van het appartement heeft gevraagd. De kamer heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat in het onderhavige geval de bijstand van de notaris is gevraagd nádat de koopovereenkomst tot stand is gekomen. Er bestond dus al een verplichting tot levering van het appartement. De notaris behoefde enkel te zorgen voor een geldige overdracht.
Het kan de notaris evenmin worden verweten dat hij niet om overlegging van de besluiten van de algemene vergadering inzake de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij tegenstrijdig belang en het aangaan van de eerder gemelde geldleningen heeft gevraagd, nu deze besluiten direct met de overdracht samenhangen. Bij het laatste merkt de kamer nog op dat op grond van de statuten voor het verstrekken van geldleningen door [X] geen goedkeuringsbesluit is vereist. Gelet op het voorgaande faalt het eerste klachtonderdeel.
klachtonderdeel 2
4.3.
In het tweede klachtonderdeel verwijt klager de notaris dat de notaris de interne rechtsorde heeft veronachtzaamd door er niet op toe te zien dat de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders dienen te worden genomen met algemene stemmen. De kamer verwijst naar hetgeen bij het eerste klachtonderdeel is overwogen. Dit klachtonderdeel treft dan ook hetzelfde lot als het eerste klachtonderdeel.
klachtonderdeel 3
4.4.
Klager verwijt de notaris in het derde klachtonderdeel dat de notaris de inhoud van de koopovereenkomst klakkeloos heeft overgenomen in de akte van levering. Klager betoogt dat de notaris daarmee bewust het risico heeft aanvaard dat de transactie tot benadeling van [X] of derden zou leiden dan wel dat er strafbare feiten zouden worden gepleegd. Klager betoogt in dat verband dat in de koopovereenkomst en de akte van levering ongebruikelijke bepalingen staan vermeld. Zo zijn de kosten van de overdracht voor rekening van verkoper gekomen en zijn de zakelijke lasten voor het lopende jaar niet verrekend.
De notaris betoogt dat in de koopovereenkomst geen ongebruikelijke bepalingen staan vermeld.
Met betrekking tot de overdrachtskosten stelt de notaris dat het appartement sinds de bouw niet in gebruik is genomen, zodat de levering in de BTW-sfeer heeft plaatsgevonden. In dat geval is het, aldus de notaris gebruikelijk dat wordt overeengekomen dat de kosten van levering voor rekening van de verkoper zijn. Voor wat betreft het niet verrekende deel van de zakelijke lasten merkt de notaris op dat het om een gering bedrag gaat.
De kamer overweegt als volgt. Uitgangspunt van de leveringsakte is de eerder gesloten koopovereenkomst. Hieruit vloeit logischerwijs voort dat de inhoud van de leveringsakte in overeenstemming is met de koopovereenkomst. Anders dan klager acht de kamer de door klager aangehaalde bepalingen niet ongebruikelijk. Overigens zijn geen feiten en omstandigheden gesteld welke tot afwijking van de koopovereenkomst nopen. Ook dit klachtonderdeel faalt dus.
klachtonderdeel 4
4.5.
In het vierde klachtonderdeel verwijt klager de notaris dat de notaris niet, althans niet in voldoende mate of op een adequate wijze, heeft toegezien op betaling van de koopprijs door kopers. Klager heeft geen bezwaar tegen de betaling van € 154.000,-- door middel van een bancaire overschrijving. Klager heeft wel bezwaar tegen de verrekening. Klager betoogt dat sprake is van oneigenlijke verrekening. Klager stelt in dat verband dat [Y] en [Z] geen vorderingen op [X] hadden. Klager betoogt in dat verband voorts dat verrekening niet mogelijk is, omdat partijen over en weer niet elkaars schuldenaar en schuldeiser zijn. De notaris heeft dit niet gecontroleerd, aldus klager.
Klager heeft ook bezwaar tegen de verstrekking van de geldleningen door [X] aan [C] en [D].
Klager wijst ook hier op het ontbreken van het goedkeuringsbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders.
De notaris stelt dat de bestuurder schriftelijk heeft medegedeeld dat [Y] en [Z] een vordering op [X] hadden van respectievelijk € 15.783,-- en € 12.563,--. [Y] en [Z] hebben deze vorderingen overdragen aan respectievelijk [C] en [D].
Vervolgens heeft er verrekening plaatsgevonden. De notaris stelt in dat verband dat de heer […], director bij […] accountants & adviseurs heeft ingestemd met de fiscale paragraaf van de overdracht (waarmee verbonden de koopprijs). De resterende door [C] en [D] verschuldigde bedragen zijn in de akte van levering omgezet in een geldlening tussen [X] en [C] en [D], aldus de notaris. De notaris betoogt dat dit veelvuldig voorkomt, omdat banken niet meer bereid zijn om beleggingspanden 100% te financieren.
Voor wat betreft de verrekening overweegt de kamer als volgt. De kamer neemt tot uitgangspunt dat een notaris enerzijds niet zonder meer voor juist zal mogen aannemen wat hem door zijn cliënten wordt voorgehouden, terwijl hij anderzijds wel mag afgaan op mededelingen waarvan hij — gelet op de omstandigheden van het geval — geen aanleiding heeft aan de juistheid daarvan te twijfelen. Gelet op de toelichting van de notaris — met name de instemming van de accountant — acht de kamer de handelwijze van de notaris met betrekking tot de verrekening niet laakbaar.
Voor wat betreft het ontbreken van het goedkeuringsbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders met betrekking tot de geldleningen verwijst de kamer naar hetgeen hiervoor bij klachtonderdeel 1 is overwogen.
Dit klachtonderdeel faalt dus.
klachtonderdeel 5
4.6.
In het vijfde klachtonderdeel verwijt klager de notaris dat hij heeft geweigerd zich te verantwoorden en zijn inhoudelijke standpunt afhankelijk heeft gemaakt van de uitkomst van een (posterieure) aandeelhoudersvergadering.
De notaris heeft in dit verband het navolgende gesteld. Bij brief van 4 oktober 2014 heeft klager de notaris een aantal vragen omtrent de overdracht van het appartement gesteld. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de notaris klager bericht dat hij — alvorens te antwoorden — overleg zal voeren met de bestuurder. Voorts heeft de notaris klager geadviseerd zijn vragen voor te leggen aan de bestuurder. De bestuurder heeft de notaris vervolgens medegedeeld dat op 30 oktober 2013 een algemene vergadering van aandeelhouders zou worden gehouden. De notaris heeft dit vervolgens aan klager medegedeeld. De notaris heeft daarbij aangegeven dat hij graag de uitkomst van deze vergadering verneemt om eventuele vragen die in de vergadering niet afdoende zijn beantwoord nog te beantwoorden. Bij e-mailbericht van 31 oktober 2012 heeft klager de notaris verzocht zijn vragen te beantwoorden, omdat hij niet tevreden was met de uitkomst van de vergadering. Bij brief van 4 november 2013 heeft de notaris geantwoord. Anders dan klager heeft betoogd, heeft de notaris niet geweigerd zich te verantwoorden. Dat de notaris de uitkomst van de vergadering heeft afgewacht alvorens de vragen van klager te beantwoorden, acht de kamer gelet op de door notaris geschetste gang van zaken, welke door klager niet is weersproken, evenmin klachtwaardig.
4.7.
Gelet op het voorgaande zal de kamer de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaren.
5. De beslissing
5.1.
verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.A.W. Snijders, plaatsvervangend voorzitter, mr. H.G. Robers, rechterlijk lid, mr. M.A.M. Kessels, plaatsvervangend notaris lid, mr. J.A.P. Dings, plaatsvervangend notaris lid, en mr. G.A.M. van Lith, plaatsvervangend belasting lid.
Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2014 door mr. C.M. Wiertz-Wezenbeek, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.E.L.A.M. de Groot-Hofstad als secretaris.