Speaking the same language
Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.4:5.4 De invoering van de trust in het Nederlandse recht
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.4
5.4 De invoering van de trust in het Nederlandse recht
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717545:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 5.3.3.2.
Vgl. ook: Kamerstukken II 1991/92, 17779, 13, p. 2-3.
Vgl. hoofdstuk 4 van dit boek voor specifieke onderdelen van het trustrecht die eveneens in het Nederlandse recht zouden kunnen worden ingevoerd.
De testamentaire trust zou derhalve een éénloketfunctie kunnen hebben in het erfrecht, hetgeen betekent dat een combinatie van uiterste wilsbeschikkingen – zoals legaten, lasten en executele benoemingen – en het effect daarvan in één rechtsfiguur kunnen worden t d
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in paragraaf 5.2.1 reeds is gemeld, was bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid in 2011 een wetsvoorstel inzake de invoering van de trust in het Nederlandse recht in de maak. Het feit dat het ministerie de voorbereiding hiervan op zich heeft genomen, getuigt mijns inziens – anders dan gedurende de behandeling van het wetsvoorstel betreffende de aanvaarding van het HTV in Nederland in de jaren 80 en 90 – van een gewijzigde opvatting over de invoering van de trust in het Nederlandse recht en de bereidheid om hiertoe over te gaan. Daarnaast pleit naar mijn mening het in het Koninkrijksrecht toepasselijke concordantiebeginsel voor de invoering van de Nederlandse trust, gelet op het feit dat op grond hiervan het burgerlijk recht in alle landen van het Koninkrijk zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze dient te worden geregeld. In tegenstelling tot het Curaçaose recht zijn er thans hoofdzakelijk twee beperkingen in het Nederlandse recht – het fiduciaverbod en de legitieme portie – die de invoering van de trust in de weg zouden kunnen staan. Beide restricties kunnen echter worden opgeheven door een aantal nadere regelingen in de wet op nemen die ervoor zorgen dat de invoering van trust niet in strijd komt met de grondbeginselen van het Nederlandse vermogensrecht. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan het opnemen van de trust als eigensoortige goederenrechtelijke rechtsfiguur in het huidige Nederlandse goederenrechtelijke systeem. Men denke tevens aan een wettelijke regeling die bepaalt dat de rechtshandelingen strekkende tot de totstandkoming van de trust niet tot een ongeldige titel leiden. Daarnaast zou een wettelijke fictie in het kader van de legitieme portie kunnen worden toegevoegd waarin wordt bepaald dat de inbreng in een ‘discretionary’ trust onder omstandigheden geacht wordt een gift te zijn aan een potentiële begunstigde.1 Kortom, de trust kan niet worden gebruikt om de legitieme portie te omzeilen. Als gevolg van de gepresenteerde oplossingen – zoals uitvoerig in paragraaf 5.3.3 is toegelicht – worden de beperkingen die aanvankelijk als bottleneck werden gezien, geneutraliseerd. Zodoende wordt een vruchtbare bodem gevormd en wordt het pad geëffend voor de introductie van de trust in het Nederlandse recht.
Indien het Curaçaose trustmodel als inspiratiebron fungeert, zou de trust in het Nederlandse burgerlijk recht – evenals in het Curaçaose recht – in titel 3.6 BW dienen te worden opgenomen. Thans is deze titel gereserveerd voor het bewind. Aangezien het bewind met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet meer in het Nederlandse burgerlijk recht zal worden ingevoerd, zal het opnemen van de trust in titel 3.6 BW geen beletsel vormen.2
Bij de introductie van de trust in het Nederlandse recht dient naar ik meen – zoals ook in het Curaçaose recht – zowel de ‘inter vivos’ trust als de testamentaire trust in de trustwetgeving te worden opgenomen op overeenkomstige wijze als voorgesteld in hoofdstuk 4.3 Voor de testamentaire trust betekent dit dat de introductie hiervan zal moeten leiden tot een kleine aanpassing van het huidige erfrecht, teneinde het totstandkomingsproces van de trust na het overlijden van de erflater te versoepelen.4 Gelet op het feit dat het Curaçaose recht nagenoeg gelijkluidend is aan het Nederlandse recht, zal de implementatie van beide soorten trust in Nederland op basis van de voorgestelde reparatie van de Curaçaose trustwetgeving, minder belemmeringen met zich meebrengen dan aanvankelijk is betoogd door critici.
De ontwikkelingen in de rechtspraktijk zullen uitsluitsel moeten bieden over de wijze waarop de trustwetgeving het beste dient te worden ingebed in het Nederlandse burgerlijk recht. Dit impliceert derhalve dat de werking van de trust in het Nederlandse recht verder moet worden gestroomlijnd door middel van onder andere jurisprudentie en wetswijzigingen.