Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.5:3.5 Conclusie
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.5
3.5 Conclusie
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197343:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 1 Eerste Protocol heeft een ruim eigendomsbegrip, waardoor deze bepaling snel in beeld komt bij overheidsoptreden dat op enige wijze inbreuk maakt op rechten die zijn aan te merken als ‘eigendom’. Het EHRM onderscheidt een drietal vormen van inbreuken op het eigendomsrecht: ontneming van eigendom, regulering van eigendom en een restcategorie die kan worden omschreven als ‘overige verstoringen van het eigendomsrecht’. Het belang van deze categorisering is gelegen in de intensiteit van de proportionaliteitstoets. Een inbreuk op het eigendomsrecht is niet in strijd met artikel 1 Eerste Protocol als deze (i) in overeenstemming is met de nationale wet, (ii) een doelstelling in het algemeen belang nastreeft, en (iii) er een redelijke verhouding bestaat tussen de gebruikte middelen en het doel dat wordt nagestreefd. Dit is staat bekend als de vereisten van lawfulness, legitimate aim en fair balance. Het vereiste van lawfulness brengt ten eerste mee dat de regelgeving van voldoende kwaliteit moet zijn om een inbreuk op het eigendomsrecht te kunnen rechtvaardigen. De wet moet voldoende toegankelijk, nauwkeurig en voorzienbaar zijn. Lawfulness stelt verder eisen aan het niveau van de rechtsbescherming. Alleen als de betrokkene beschikt over een effectief rechtsmiddel om zich te verzetten tegen de inbreuk op diens eigendomsrecht kan die inbreuk worden gerechtvaardigd. Als een nationale regeling niet slaagt voor de lawfulness-toets, staat vast dat artikel 1 Eerste Protocol is geschonden en hoeft niet te worden onderzocht of aan de overige voorwaarden wordt voldaan. Een regeling die kan worden aangemerkt als lawful dient verder in het algemeen belang te zijn. Bij de beoordeling van wat in het algemeen belang is komt aan de Staat een ruime beoordelingsvrijheid (wide margin of appreciation) toe. Het EHRM laat die beoordeling in beginsel over aan de nationale rechter. Alleen als een regeling manifestly without reasonable foundation is, zal het EHRM aannemen dat deze niet in het algemeen belang is. Een regeling die lawful en in het algemeen belang is, dient verder proportioneel te zijn. Dat is niet het geval als op een betrokkene een individual and excessive burden wordt gelegd. De proportionaliteitstoets vergt een beoordeling van alle relevante omstandigheden van het geval. In het algemeen kan worden gezegd dat de intensiteit van de proportionaliteitstoets afhankelijk is van de ernst van de schending van het eigendomsrecht. De ontneming van eigendom is de meest vergaande inbreuk op het eigendomsrecht en kan alleen worden gerechtvaardigd als de staat een (in beginsel marktconforme) schadevergoeding heeft betaald. Het EHRM acht in het kader van de beoordeling van de proportionaliteit verder van belang dat de overheid gewekte verwachtingen nakomt en tijdig en consistent handelt. De afwezigheid van voldoende procedurele waarborgen is niet alleen relevant in het kader van de beoordeling van de lawfulness, maar kan ook een aanwijzing opleveren dat de fair balance is geschonden. Als een betrokkende zich inlaat met bepaalde (commerciële) activiteiten waarvan hij weet dat het risico van verlies van eigendom bestaat, komt dat risico als het zich verwezenlijkt in beginsel voor rekening van de betrokkene. Voorts kan het voor de beoordeling van de proportionaliteit van belang zijn dat de overheid heeft nagelaten om minder vergaande alternatieven te gebruiken.