Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/6.6.2.1
6.6.2.1 Ragetlie-regel (7:667 lid 4 en 5 BW)
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS304767:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Dit wordt de Ragetlie-regel genoemd vanwege het feit dat regel door de Hoge Raad geformuleerd is in de zaak met de naam Ragetlie/SLM, HR 4 april 1986, NJ 1987/678.
Verhulp, in T&C Arbeidsrecht, artikel 7:667 BW, aant. 6.
In hoofdstuk 4 heb ik er overigens voor gepleit ook de curator te verplichten voorafgaande toestemming voor opzegging van UWV te verkrijgen indien twee maanden na de faillietverklaring zijn verstreken. In dat geval is deze bepaling van artikel 7:667 lid 4 BW relevanter voor de praktijk.
HR 20 december 2013, JAR 2014/34 (Pekel/Witte).
Artikel 7:667 lid 4 BW schrijft voor dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die aansluitend op of na een tussenpoos van niet meer dan zes maanden volgt op een beëindigde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet van rechtswege eindigt, tenzij die eerdere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op een rechtsgeldige wijze is beëindigd, waaronder, aldus dit artikellid, ook de opzegging door de curator van de failliete werkgever wordt begrepen.1 Het maakt hierbij niet uit wat de aard van de werkzaamheden in beide arbeidsovereenkomsten is: de regel geldt ongeacht of de arbeid nu verschilt of hetzelfde is.2 Dat betekent dat het een curator dus vrij staat nadat hij de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft opgezegd (waartoe hij in de regel direct na de faillietverklaring, met machtiging van de rechter-commissaris overgaat) een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de werknemer aan te gaan. Dit komt geregeld voor, bijvoorbeeld als dat na inventarisatie van de situatie door de curator in het belang van de boedel worden geacht. Die nieuwe arbeidsovereenkomst eindigt dan dus van rechtswege. Het belang hiervan mag overigens bij de huidige stand van zaken in wetgeving en jurisprudentie worden gerelativeerd, nu het meer voor de hand ligt dat een curator de voorkeur geeft aan een nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat hij deze, weliswaar met inachtneming van een opzegtermijn, gemakkelijk (want niet gehinderd door de verplichting voorafgaande toestemming voor de opzeggen aan UWV te vragen) op een door hem gewenst moment mag opzeggen.3
Artikel 7:667 lid 4 BW ziet dus op dezelfde werkgever. De curator wordt in zekere zin vereenzelvigd met de "oude" werkgever en moet niet worden beschouwd als opvolgend werkgever. Voor de doorstarter is daarentegen lid 5 van artikel 7:667 BW van belang, nu dit het voorgaande artikellid van overeenkomstige toepassing verklaart indien:
"(...) eenzelfde werknemer achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, redelijkerwijze geacht moeten worden ten aanzien van de verrichte arbeid elkaars opvolger te zijn."
Lid 5 is bedoeld om de werknemer te beschermen, ook in het geval hij bijvoorbeeld heeft ingestemd met beëindiging met wederzijds goedvinden van zijn arbeidsovereenkomst met de ene werkgever (ook weer: bijvoorbeeld) binnen een concern om vervolgens hetzelfde werk voor een zustervennootschap te gaan verrichten, maar dan op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zo zou een werknemer van zijn ontslagbescherming worden beroofd en daarvoor wil dit artikellid een stokje steken. In wezen bevat lid 5 echter een betrekkelijk werknemersonvriendelijk element: als het bij de nieuwe werkgever, zoals de doorstarter, om andere werkzaamheden gaat, kan ook reeds om die reden een bepaaldetijdscontract met de werknemer gesloten worden.
In zoverre kan de doorstarter onder omstandigheden langs twee routes van deze regeling profiteren:
hij mag de werknemer, na opzegging door de curator van diens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, een contract voor bepaalde tijd aanbieden dat, mits het om andere werkzaamheden gaat, na het verstrijken van de tijd van rechtswege eindigt; en
hij mag, zelfs in het (toegegeven: betrekkelijk academische) geval de arbeidsovereenkomst anders dan door opzegging door de curator is geëindigd (bijvoorbeeld omdat de werknemer zelf voorafgaand of direct na het faillissement van zijn werkgever heeft opgezegd),4 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met de werknemer aangaan, ook weer als dat tenminste andere werkzaamheden betreft. De naar alle waarschijnlijkheid ten faveure van werknemers bedoelde beperking van het begrip opvolgend werkgeverschap werkt hier (onbedoeld) averechts.