Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.1
4.1 Inleiding
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS302573:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In de literatuur lijkt geen eenduidig begrip te worden gehanteerd voor het duiden van de rechten die voortvloeien uit de vermogensrechtelijke zijde van het aandeel/aandeelhouderschap en de rechten die voortvloeien uit de organisatierechtelijke zijde van het aandeel/aandeelhouderschap. In de literatuur worden onder meer gebezigd: ‘rechten op het financiële vlak en vlak van zeggenschap’ (Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 260; Asser/Maeijer 2000, nr. 177), ‘financiële rechten en zeggenschapsrechten’ (Mendel & Oostwouder 2013-1, p. 29), ‘financiële en organisatorische rechten’ (Rensen 2005-1, p. 187-264 (Rensen spreekt van financiële en organisatorische plichten, hetgeen suggereert dat er ook overeenkomstige rechten zijn)), ‘vermogensaspect en zeggenschapsaspect’ (Bos 2005, p. 101-102), ‘vermogensrechtelijke aard en zeggenschapskarakter’ (Schilfgaarde/Winter & Wezeman 2013, nr. 32), ‘financiële en zeggenschapsrechten’ (Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 202; Slagter/Assink 2013, p. 805). Hoewel de begrippen mij in beginsel inwisselbaar lijken, geef ik de voorkeur aan de begrippen zoals gehanteerd door Prinsen, zijnde organisatierechtelijke rechten en vermogensrechtelijke rechten (Prinsen 2004, p. 57).
In dit hoofdstuk wordt nader stilgestaan bij de karakteristieken en definitie(s) van het aandeel, het aandeelhouderschap, de rechtsbetrekking tussen de aandeelhouder en de vennootschap alsook de algemene vergadering van aandeelhouders als orgaan van de vennootschap en forum voor het overleg tussen aandeelhouders.
Het hoofdstuk is in vier delen onderverdeeld, namelijk (i) de definitie en kenmerken van het aandeel, (ii) de rechten en plichten van de aandeelhouder, (iii) de functies van de algemene vergadering van aandeelhouders en (iv) het onderscheid tussen de individuele aandeelhouder en de algemene vergadering van aandeelhouders.
Allereerst zal worden ingegaan op de definities en kenmerken van het aandeel. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen een negatieve en positieve definitie. Vervolgens worden de aandeelhoudersrechten en -plichten beschreven. Vragen die in dit verband naar voren komen zijn bijvoorbeeld: welke rechten en plichten heeft de aandeelhouder? Vloeien de rechten van de aandeelhouder voort uit het aandeel of uit een rechtsbetrekking die ontstaat als gevolg van het rechthebbende worden op een aandeel? Moet hier een algemene lijn worden getrokken voor alle aandeelhoudersrechten of dient een onderscheid te worden gemaakt tussen organisatierechtelijke en vermogensrechtelijke rechten?1
Het antwoord op de vraag waaruit deze rechten voortvloeien, is relevant voor het beantwoorden van de volgende vragen: hoe dienen deze rechten te worden uitgevoerd, welke belangen dienen daarmee behartigd te worden, welke beperkingen zitten er eventueel aan het uitvoeren van deze rechten en hoe sterk zijn deze beperkingen? Reeds is opgemerkt dat er een rechtsbetrekking ontstaat tussen de aandeelhouder en de vennootschap wanneer de aandeelhouder rechthebbende wordt op een aandeel, maar hoe ontstaat deze rechtsbetrekking en hoe dient deze rechtsbetrekking te worden gekwalificeerd? Is hier sprake van een lidmaatschapsverhouding, zoals in de literatuur doorgaans wordt betoogd, of dient deze rechtsbetrekking anders te worden gekwalificeerd en welke consequenties zijn hieraan verbonden?
Nadat is ingegaan op het aandeel, de positie van de aandeelhouder en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van de aandeelhouder, wordt gekeken naar de algemene vergadering van aandeelhouders. De algemene vergadering van aandeelhouders heeft verschillende functies, welke mijns inziens onder omstandigheden met elkaar kunnen conflicteren. Tevens blijkt dat de van oorsprong aan de algemene vergadering van aandeelhouders toegekende functies in de huidige maatschappij niet altijd meer (optimaal) tot hun recht komen. Anders gezegd, één van haar oorspronkelijke functies verdwijnt steeds verder naar de achtergrond. Daarbij zal moeten worden nagegaan hoe dit orgaan van de vennootschap dient te worden beschouwd in het licht van de institutionele theorie, waarbij de scheiding tussen kapitaalverschaffer en ondernemer/bestuurder een belangrijke rol speelt.
Tot slot zal worden ingegaan op (de relevantie van) het onderscheid tussen de individuele aandeelhouder en de algemene vergadering van aandeelhouders. De individuele aandeelhouder is een individu, die ervoor kan kiezen zijn aandelen over te dragen aan derden of aan de vennootschap en derhalve zijn rechtsbetrekking jegens de vennootschap in beginsel eenvoudig kan beëindigen, terwijl de algemene vergadering van aandeelhouders een verplicht orgaan van de institutionele vennootschap is.