HR, 28-09-2005, nr. K 338
ECLI:NL:HR:2005:AX8882
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
28-09-2005
- Zaaknummer
K 338
- LJN
AX8882
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2005:AX8882, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑09‑2005
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2005:AX8882
ECLI:NL:HR:2005:AX8882, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑09‑2005; (Raadkamer)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AX8882
Conclusie 28‑09‑2005
K 338
Aan de Hoge Raad der Nederlanden, Vierde Meervoudige Kamer,
Vordering als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
Op 7 juli 2005 heeft de Hoge Raad ingevolge art. 46f lid 2 aanhef en sub a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) de schorsing als rechterlijk ambtenaar voor de wettelijke termijn van drie maanden uitgesproken van
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats], wonende aan [a-straat 1] te [woonplaats].
Blijkens de uitspraak vormen de grondslag voor de schorsing de omstandigheden dat tegen de betrokkene een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf is ingesteld en dat de aard en ernst van de feiten waarvan hij wordt verdacht, meebrengen dat hij gedurende het strafrechtelijk onderzoek niet zijn functie van raadsheer kan uitoefenen.
Ik stel vast dat voornoemde omstandigheden onveranderd zijn. Het gerechtelijk vooronderzoek ter zake van die feiten is nog gaande. Ik verwijs naar de brief van de Hoofdofficier van Justitie, mr. A.B. Vast, van 15 september 2005, welke ik bij deze vordering overleg. Voorts leg ik de bijlagen bij die brief over, overeenkomstig de bijgevoegde inventarislijst. Van nieuwe feiten en omstandigheden ten aanzien van de schorsing is mij niet gebleken.
In een telefonisch gesprek op vrijdag 16 september 2005 met de raadsman van de betrokkene, mr. J.P. Plasman, heeft de raadsman mij meegedeeld dat de betrokkene geen gebruik wil maken van de gelegenheid door de Procureur-Generaal op de vordering tot verlenging van de schorsing te worden gehoord en dat hij zich refereert aan het oordeel van de Hoge Raad. Een gehoor als bedoeld in art. 46o lid 3 Wrra heeft derhalve niet plaatsgevonden.
Gelet op het voorafgaande vorder ik dat de Hoge Raad de op 7 juli 2005 uitgesproken schorsing van [betrokkene] op de voet van art. 46f lid 2 aanhef en sub a in verband met art. 46 g lid 1 Wrra zal verlengen voor een periode van drie maanden.
's-Gravenhage, 21 september 2005
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Uitspraak 28‑09‑2005
Inhoudsindicatie
Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot verlenging schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. De HR verwijst naar zijn arrest van 7-7-05 en is van oordeel dat de gronden waarop de schorsing van betrokkene is uitgesproken, genoemd in dat arrest, onverminderd aanwezig zijn, zodat de schorsing moet worden verlengd.
28. september 2005
Vierde Kamer
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een vordering als bedoeld in art. 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 21 september 2005, tot verlenging van de schorsing als rechterlijk ambtenaar van:
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats].
- 1.
De vordering van de Procureur-Generaal
De Procureur-Generaal heeft schriftelijk gevorderd dat de op 7 juli 2005 door de Hoge Raad uitgesproken schorsing van de betrokkene zal worden verlengd voor een periode van drie maanden. Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal een brief met bijlagen van 15 september 2005 van mr. A.B. Vast, Hoofdofficier van Justitie bij het Arrondissementsparket Zwolle-Lelystad, overgelegd, waaruit blijkt dat het gerechtelijk vooronderzoek tegen de betrokkene nog loopt.
- 2.
De Raadkamer
Op 28 september 2005 is door de Hoge Raad in raadkamer een onderzoek ingesteld. De raadsman van de betrokkene mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, heeft bij fax van 27 september 2005 laten weten dat de betrokkene zich wenst te refereren aan het oordeel van de Hoge Raad en dat noch hij noch de betrokkene in raadkamer zal verschijnen.
- 3.
Beoordeling
De Hoge Raad verwijst naar zijn arrest van 7 juli 2005. De Hoge Raad is van oordeel dat de gronden waarop de schorsing van de betrokkene is uitgesproken, genoemd in dat arrest, onverminderd aanwezig zijn, zodat de schorsing moet worden verlengd.
- 4.
Beslissing
De Hoge Raad verlengt de schorsing van [betrokkene], raadsheer in het Gerechtshof te Leeuwarden, als rechterlijk ambtenaar voor de wettelijke termijn van drie maanden.
Dit arrest is gewezen door de president W.J.M Davids als voorzitter, de vice-president A.G. Pos, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2005.