V-N 2022/49.6
Uitzendkrachten gedurende perioden van inactiviteit sociaal verzekerd in woonstaat
HvJ EU 13-10-2022, ECLI:EU:C:2022:782, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws (Raad van bestuur van de Sociale verzekeringbank)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
13 oktober 2022
- Magistraten
Prechal, Arastey Sahún, Biltgen, Wahl, Passer
- Zaaknummer
C-713/20
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Roepnaam
Raad van bestuur van de Sociale verzekeringbank
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS676588:1
- Vakgebied(en)
Internationale sociale zekerheid / Kinderbijslag
Internationale sociale zekerheid / Verzekeringsplicht
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Premieheffing / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2022:782, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 13‑10‑2022
ECLI:EU:C:2022:197, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 17‑03‑2022
- Wetingang
art. 11 lid 2 en 3 onderdelen a en e Verordening (EEG) nr. 883/2004
Essentie
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat ten aanzien van uitzendkrachten de wetgeving van de woonstaat van toepassing is gedurende de perioden dat zij geen werkzaamheden in de werkstaat verrichten. Dit geldt wanneer de arbeidsverhouding krachtens de uitzendovereenkomst gedurende die tussenliggende perioden wordt beëindigd.
Samenvatting
De Nederlandse X verhuist in 2012 naar Duitsland. Vanaf 2013 werkt zij met tussenpozen via een uitzendbureau in Nederland. In 2015 verstrekt de SVB een pensioenoverzicht. Hieruit blijkt dat X geen AOW heeft opgebouwd over de perioden tussen de uitzendwerkzaamheden, waarin zij geen werkzaamheden heeft verricht.
De Pool Y sluit in 2015 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.