Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.4.7
2.4.7 Wat kan precies toevertrouwd worden aan de trustee bij een ‘private express’ trust?
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717321:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een beneficiary uit een trust kan besluiten om zijn bundel van rechten en bevoegdheden – de ‘equitable’ interest – die hij van rechtswege toegekend heeft gekregen bij de totstandkoming van de trust, zelf onder trustverband te plaatsen. In dat geval ontstaat er een sub-trust.
In beginsel kunnen toekomstige goederen niet onder trustverband worden geplaatst, omdat goederen op het tijdstip van plaatsing onder trustverband moeten bestaan, teneinde te voldoen aan de eis van de ‘certainty of subject matter’ en er derhalve goederen aanwezig zijn waarop het trustverband kan rusten. Het Anglo-Amerikaanse trustrecht maakt evenwel een uitzondering voor toekomstige vorderingen die zullen ontstaan uit een reeds bestaande rechtsverhouding waaraan een tegenprestatie (‘for value’) is gekoppeld. Dergelijke toekomstige vorderingen zijn dus wel vatbaar voor plaatsing onder trustverband. Zie in dit kader: L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 2-036 t/m 2-039; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 69; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 204 en p. 245-246; J. Hudson, B. McFarlane & C. Mitchell, Hayton, McFarlane and Mitchell: Text, Cases and Materials on Equity and Trusts, London: Sweet & Maxwell 2022, p. 207; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 123-124 en p. 133-134.
J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nrs. 8-001 t/m 8-005; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 2-034 t/m 2-041; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 88; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 6; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 74-75; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 79; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 240 e.v.; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 81-103; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 69.
P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 248-252.
In het Anglo-Amerikaanse recht heeft het begrip ‘debt’ een bredere betekenis dan in het Curaçaose of het Nederlandse recht. In casu duidt het begrip ‘debt’ op een vorderingsrecht. Zie in casu: G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 61-59; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 39-40; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 83; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 40-43; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 23-24; C.C.J Mitchell, P.B. Matthews & D.J. Hayton, Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2016, p. 43.
In het Anglo-Amerikaanse wordt onder het begrip ‘property’ enkel ‘assets’, oftewel goederen verstaan. Over schulden zegt Smith het volgende: “The statement that liabilities are never held in trust seems to be a basic one; but it is not found in any book on the common law of trusts. Like many unstated truths, when it is brought into the light it reveals a great deal”. Zie hiervoor: L.D. Smith, ‘Trust and Patrimony’, Revue Générale de Droit 2008/38, p. 395. Zie ook: G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 45-46; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 74-75; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 16.
J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 476-477; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 1087 e.v.;
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 9-010; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 25-26; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 496; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 476-477; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 1088-1089; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 613-614.
Section 31 van de Trustee Act 2000; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 9-003 t/m 9-006, 19-044, 19-057 en 19-058; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 172-176; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 378-380; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 25-26; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 496; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 1087;
Section 31 van de Trustee Act 2000; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 19-011, 19-012 en 9-014 t/m 9-015; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 496; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 476-477; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 1088-1089; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 614.
Voor een uitgebreide beschouwing over dit onderwerp zie: A. Ollikainen, Asset Partitioning in the Trust (diss. Oxford), Michigan: ProQuest Dissertations Publishing 2018, p. 23 e.v.
In paragraaf 2.4.2 is reeds uiteengezet dat het typerende van de trust is dat al hetgeen onder trustverband wordt geplaatst, een geheel van afgescheiden goederen vormt. In het Anglo-Amerikaanse trustrecht kunnen in beginsel alle soorten goederen deel uitmaken van dit afgescheiden geheel. Men denke in casu onder andere aan roerende en onroerende zaken, ‘legal en ‘equitable’1 interests, de in het binnenland of in het buitenland gelegen goederen, voorwaardelijk en onvoorwaardelijk verkregen goederen, materiële en immateriële goederen, en bestaande en toekomstige2 goederen.3
De bovengenoemde goederen zijn in principe vatbaar voor overgang, tenzij:
de wet of de aard van het recht zich tegen de overgang verzet;
de overgang door middel van een beding in een overeenkomst is uitgesloten; of
het onroerende zaken in het buitenland betreft en het plaatsen van deze zaken onder trustverband in strijd is met het recht van de staat op welks grondgebied de onroerende zaken zich bevinden (lex loci rei sitae).4
Kortom, alle goederen die behoren tot iemands vermogen en die vatbaar zijn voor beschikking kunnen onder trustverband worden geplaatst.
Ten aanzien van het begrip ‘debt’5 in de betekenis van ‘schuld’ is het van essentieel belang dat de continentale jurist zich realiseert dat gezien de aard van de trust, de schulden die voorafgaand aan de creatie van de trust bestaan en aldus onderdeel uitmaken van het vermogen van de settlor, in het Anglo-Amerikaanse trustrecht niet onder trustverband kunnen worden geplaatst.6 Schulden die de trustee is aangegaan in de uitoefening van zijn functie en die dus het gevolg zijn van zijn trustrechtelijk handelen, behoren evenmin tot het ‘trustfund’ en kunnen in beginsel niet direct door schuldeisers worden uitgewonnen.7 Wel is de trustee in het Anglo-Amerikaanse trustrecht jegens derden persoonlijk aansprakelijk voor schulden die hij aangaat in de uitoefening van zijn functie als trustee en is zijn privévermogen voor de desbetreffende schulden vatbaar voor verhaal.8 Bij de voldoening van een in het kader van het trustbeheer aangegane schuld uit zijn privévermogen, heeft de trustee – indien hij conform de voorwaarden neergelegd in de trustakte heeft gehandeld – een recht op vergoeding uit het ‘trustfund’ dat voorrang heeft op aanspraken van beneficiaries.9 Om de verhaalsmogelijkheden op zijn eigen vermogen te beperken, kan de trustee jegens de schuldeisers echter contractueel bedingen dat aan hem de bevoegdheid wordt toegekend om trustgoederen aan te wijzen waarop de schuldeiser verhaal kan halen of dat zijn aansprakelijkheid wordt beperkt tot een bepaald bedrag.10 Hij kan eveneens ervoor kiezen om contractueel zijn aansprakelijkheid uit te sluiten. In deze specifieke situaties is rechtstreeks verhaal op het ‘trustfund’ aldus wel mogelijk. Nu dergelijke bedingen in de rechtspraktijk veelvuldig worden overeengekomen, kan worden geconstateerd dat desbetreffende schuldeisers een zekere mate van exclusiviteit voor trustgoederen genieten.11