Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.4.11.2
2.4.11.2 Bijzondere rechten en bevoegdheden van een beneficiary
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717452:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In dit kader wordt er een onderscheid gemaakt tussen een ‘fixed’ trust en een ‘discretionary’ trust’. Zie voor een uitvoerige uiteenzetting van de ‘fixed’ en de ‘discretionary’ trust paragraaf 2.5.8.2.
J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 55; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 167.
McPhail v Doulton [1971] AC 424, p. 456-457; Murphy v Murphy [1999] 1 WLR 282; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 343; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 501; P.G. Turner, ‘The Entitlements of Objects as Defining Features of Discretionary Trusts’, in: R.C. Nolan, K.F.K. Low & T.H. Wu (red.), Trusts and Modern Wealth Management, Cambridge: Cambridge University Press 2018, p. 249; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 172. Zie ook paragraaf 2.5.8.2.1
Het antwoord op de vraag welke andere rechten, bevoegdheden en remedies een beneficiary naast zijn basisrechten, bevoegdheden en remedies heeft, is – zoals reeds is uiteengezet – afhankelijk van het soort trust dat is ingesteld en de in de trustakte neergelegde voorwaarden. In dat geval is relevant of de desbetreffende beneficiary al dan niet een economisch belang heeft verworven.1
Zo heeft bijvoorbeeld een beneficiary die een aandeel in het trustfonds en daarmee een economisch belang heeft verworven, een recht op uitkering of kapitaal uit de trust dat vatbaar is voor overdracht.2 Daarnaast kunnen potentiële beneficiaries die nog geen aandeel en aldus geen economisch belang in het trustfonds hebben, onder meer in rechte vorderen dat de trustee bij de uitoefening van zijn discretionaire bevoegdheid tot de aanwijzing van beneficiaries, moet overwegen of hij de desbetreffende potentiële beneficiary al dan niet aanwijst als daadwerkelijke beneficiary.3