Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.3.1
5.3.1 Het concordantiebeginsel
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717328:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hoewel Aruba voornemens was om – in verband met de wijziging en de aanvulling van het BWA – titel 3.6 BWA in de wet op te nemen en daarmee een eigen trustwetgeving in te voeren, is de trusttitel vooralsnog niet in werking getreden. Het is thans onduidelijk of de trustbepalingen nog in werking zullen treden. Zie hiervoor: Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba), Afkondigingsblad van Aruba 2016, nr. 51; p. 72-93; Landsbesluit van 2 juni 2021 no. 1, houdende inwerkingtreding van de Aanpassingsverordening aanvulling Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 2021 no. 43) en de Landsverordening van 23 september 2016 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (AB 1989 no. GT 100) in verband met een aantal onderwerpen die nog een regeling of aanpassing in het Burgerlijk Wetboek van Aruba behoeven (AB 2016 no. 51), Afkondigingdblad van Aruba 2021, nr. 90, p. 2-3.
In paragraaf 3.2.3 is reeds uiteengezet dat het in art. 39 lid 1 Statuut verankerde concordantiebeginsel bepaalt dat de landen binnen het Koninkrijk – ondanks verschillende economische en maatschappelijke achtergronden – het privaatrecht op Koninkrijksniveau zoveel mogelijk dienen te harmoniseren. Door de wisselwerking binnen het Koninkrijk op privaatrechtelijk terrein, hebben de Caribische landen regelmatig en in het recente verleden nog, het Nederlandse BW – zij het afgestemd op de lokale maatschappelijke opvattingen en economische achtergronden – overgenomen in hun eigen wetgeving. Gelet op het feit dat het concordantiebeginsel gericht is op de bevordering van de harmonisering van het privaatrecht tussen de Koninkrijksdelen, kan Nederland met de introductie van een eigen trustwetgeving zonder meer zowel juridische als economische voordelen behalen. Nu het trustrecht op Curaçao en Sint Maarten is geïntroduceerd, kan dit de Nederlandse wetgever bewegen om – met inachtneming van het concordantiebeginsel – ook over te gaan tot de invoering van een eigen trustwetgeving.1