Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.8.3
2.5.8.3 De combinatie van powers en trusts in het Anglo-Amerikaanse trustrecht
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717317:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 33-028; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 53.
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-025; L. Smith, ‘Understanding the power’ in: W. Swadling (red.), The Quistclose Trust: Critical Essays, Oxford: Hart Publishing 2004, p. 70-71.
Ingeval een ‘mere fiduciary’ power is verleend, moet de donee – als gevolg van de afweging die hij van tijd tot tijd dient te maken – enkel de belangen van de objecten af te wegen bij de uitoefening van de power. Zie hiervoor: L. Smith, ‘Understanding the power’ in: W. Swadling (red.), The Quistclose Trust: Critical Essays, Oxford: Hart Publishing 2004, p. 70-71.
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 28-025; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 53; L. Smith, ‘Understanding the power’ in: W. Swadling (red.), The Quistclose Trust: Critical Essays, Oxford: Hart Publishing 2004, p. 70-71.
L. Smith, ‘Understanding the power’ in: W. Swadling (red.), The Quistclose Trust: Critical Essays, Oxford: Hart Publishing 2004, p. 70-71.
Zoals reeds eerder is aangestipt, is de combinatie van powers en trusts in het moderne Anglo-Amerikaanse trustrecht thans niet meer weg te denken. Bij de totstandkoming van een trust is het gebruikelijk dat ‘administrative’ powers én ‘dispositive’ powers worden verleend. Het meest interessante behelst echter de situatie waarin de instelling van een discretionary of fixed trust gecombineerd wordt met de verlening van een ‘dispositive’ power. Daarnaast kan het voorkomen dat naast de trustee en potentiële beneficiaries, ook derden – in hoedanigheid van object of donee – betrokken kunnen zijn bij de trust. Wanneer powers – in het bijzonder ‘dispositive’ powers – en trusts worden gecombineerd, kan de uitoefening van een zodanige power invloed hebben op de werking van de trust én de rechten van potentiële beneficiaries. Welke regels past het Anglo-Amerikaanse trustrecht in een dergelijk geval toe? Prevaleert de uitoefening van de ‘dispositive’ power boven de rechten van potentiële beneficiaries? In het navolgende zal dieper worden ingegaan op deze problematiek.
Zoals reeds eerder is vermeld, hebben alle ‘dispositive’ powers die de settlor in het kader van het trustrecht heeft verleend – ongeacht of er sprake is van een ‘mere personal’ of een ‘mere fiduciary’ power – betrekking op de goederen die deel uitmaken van het trustfonds. Dit impliceert dat de uitoefening van de ‘dispositive’ power tot gevolg heeft dat de persoon c.q. personen die de donee als verkrijger(s) heeft/hebben aangewezen, een recht op levering van één of meer trustgoederen verkrijgt c.q. verkrijgen. De trustee dient vervolgens – als volledige rechthebbende van de trustgoederen – de desbetreffende goederen over te dragen aan het aangewezen object c.q. de aangewezen objecten. Verkrijgt het object alle trustgoederen, dan leidt de uitoefening van de power tot het einde van de trust. Wanneer de donee echter niet over is gegaan tot de uitoefening van de door hem verleende power, zijn de personen die deel uitmaken van de groep der (potentiële) beneficiaries – als takers in default of appointment – gerechtigd tot hetgeen onderdeel is van het trustfonds.1 Echter, zowel de ‘mere personal’ als een ‘mere fiduciary’ power staat een ongelijke behandeling van de objecten van de power ten opzichte van (potentiële) beneficiaries toe; als gevolg van de uitoefening van de power hoeft de donee geen rekening te houden met de belangen van de beneficiaries.2/3 In dat geval prevaleert de keuzevrijheid van de donee én het doel waarvoor de power is gegeven, met als gevolg dat de uitoefening van de ‘dispositive’ power de rechten van de (potentiële) beneficiaries terzijde schuift.4 Het voorgaande is evenzeer van toepassing op gevallen waarin de personen die behoren tot de groep der objecten, géén (potentiële) beneficiaries van de trust zijn.5
Het bovengeschetste kan als volgt worden weergegeven: