Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.1:8.5.1 Inleiding
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.1
8.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291452:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reeds in het ABC-rapport is onderkend dat er correcties nodig zijn bij de wijziging van de activiteiten van een belastingplichtige of bij een wijziging van de verhouding tussen belaste en onbelaste handelingen. In dit rapport wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen aftrek naar de handelingen in een bepaald tijdsbestek (‘deduction dans l’espace’) en aftrek in de loop der jaren (‘deduction dans le temp’).1 In de vorige paragrafen is het ontstaan en de omvang van het recht op aftrek aan bod gekomen van degene die een vastgoedtransactie verricht of degene die een belaste vastgoedtransactie afneemt in een bepaald tijdsbestek. In deze paragraaf wordt ingegaan op de herziening van de toegepaste aftrek indien deze hoger of lager is dan die welke de belastingplichtige gerechtigd was om toe te passen.
De regels voor de herziening van de aftrek in een bepaald tijdsbestek zijn te vinden in art. 184 tot en met 192 Btw-richtlijn. In het kader van dit onderzoek is in het bijzonder de art. 187 tot en met 191 Btw-richtlijn beschreven bijzondere herzieningsregeling voor onroerende investeringsgoederen van belang, de aftrek in de loop der jaren. Een herziening wegens een wijziging in het recht op aftrek na het toepassen van het recht op aftrek is uitsluitend mogelijk indien het recht op aftrek is ontstaan, hetgeen veronderstelt dat het (vast)goed of de dienst is afgenomen door een belastingplichtige die als zodanig handelt (zie paragraaf 8.2.4.1). De verplichting tot herziening van de aftrek rust op die belastingplichtige en mag door een lidstaat niet op een andere belastingplichtige worden gelegd, ook niet indien de herziening wordt veroorzaakt door het niet-voldoen aan de voorwaarden voor een optie voor belaste verhuur of belaste levering door een andere belastingplichtige (lees: de huurder of de koper).2
De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 8.5.2 wordt eerst ingegaan op de ratio van de herzieningsregeling in het algemeen en voor onroerende investeringsgoederen in het bijzonder. Vervolgens komt in paragraaf 8.5.3 de algemene herzieningsregeling aan bod. Deze herzieningsregeling is van toepassing op alle belaste ingaande handelingen en dus ook op belaste ingaande vastgoedtransacties en belaste ingaande handelingen ten behoeve van een belaste of vrijgestelde vastgoedtransactie (bijv. een verbouwing of een bewerking van een onbebouwd terrein). Vervolgens wordt in paragraaf 8.5.4 ingegaan op de bijzondere herzieningsregeling voor onroerende investeringsgoederen.3 In paragraaf 8.5.5 wordt ingegaan op de vraag hoe die regelingen zich tot elkaar verhouden waarna in paragraaf 8.5.6 de balans wordt opgemaakt.