NJ 1934, p. 1483
Schuldbekentenis wegens „geleend geld". Bewijs door getuigen, dat het schuldig erkende bedrag in werkelijkheid was een contrapraestatie voor het door den medecontractant verraden van geheimen van zijn patroon.
HR 20-04-1934, ECLI:NL:HR:1934:4, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 april 1934
- Magistraten
Mrs. Visser, van Gelein Vitringa, Polak, de Menthon Bake, Servatius
- Zaaknummer
[20041934/NJ_1934,_p._1483]
- Conclusie
Tak
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS104172:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:4, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑04‑1934
- Wetingang
(BW art. 1371, 1934.)
Essentie
Schuldbekentenis wegens „geleend geld". Bewijs door getuigen, dat het schuldig erkende bedrag in werkelijkheid was een contrapraestatie voor het door den medecontractant verraden van geheimen van zijn patroon.
Samenvatting
Art. 1934 B. W. staat aan de levering van het bewijs door getuigen niet in den weg, nu dit bewijs de strekking heeft om aan te toornen, dat hier is gehandeld in strijd nvet de artt. 1371 en 1373 B. W. j° art. 14 A. B.
Het cassatiemiddel geeft den grond, waarop het Hof strijd met de goede zeden aanwezig achtte niet juist weer. Het is ook overigens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.