Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/11.1:11.1 Het hoe, wat en waarom van dit onderzoek (hoofdstuk 1)
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/11.1
11.1 Het hoe, wat en waarom van dit onderzoek (hoofdstuk 1)
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399477:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek is een rechtsvergelijking gemaakt tussen de winstbelasting van lichamen in Nederland en Duitsland. Kort samenvattend, ben ik op zoek gegaan naar rechtsregels uit de Duitse Körperschaftsteuer en Gewerbesteuer die mogelijk aanbevelenswaardig (een inspiratie) zijn voor de (door mij geselecteerde discussiepunten in de) Nederlandse vennootschapsbelasting. In dit hoofdstuk geef ik een eindbeschouwing en conclusie over hetgeen ik in de verschillende hoofdstukken heb onderzocht en geef ik een antwoord op mijn onderzoeksvraag.
In hoofdstuk 1 heb ik onder andere toegelicht wat de aanleiding en relevantie van mijn rechtsvergelijkend onderzoek naar de winstbelasting in Duitsland is. Daarnaast heb ik mijn onderzoeksvraag, toetsingskader, opbouw, af bakening, werkwijze en methode van mijn onderzoek uiteengezet. Mijns inziens kan wetenschappelijk gezien mijn onderzoek dienen als een inspiratiebron voor een beter begrip en de ontwikkeling van het Nederlandse nationale recht, in casu de vennootschapsbelasting. Door een rechtsvergelijking met de Duitse winstbelasting van lichamen te maken wordt de Nederlandse vennootschapsbelasting in perspectief geplaatst. Ik heb onderzocht of Duitsland oplossingen heeft voor de mijns inziens belangrijkste (conceptuele / fundamentele) discussiepunten in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Naast een wetenschappelijk belang heeft mijn onderzoek ook een maatschappelijke en fiscale relevantie. De belangrijkste leerstukken uit de Duitse winstbelasting van lichamen en de Nederlandse vennootschapsbelasting zijn onderzocht en uitgelegd. Ook heb ik in hoofdstuk 1 toegelicht waarom juist Duitsland geschikt is om een rechtsvergelijking mee te maken. Historisch en economisch gezien gaan de betrekkingen tussen Nederland en Duitsland (en de voorgangers van het huidige Duitsland) eeuwen terug. Het Nederlandse en Duitse belastingstelsel hebben veel raakvlakken. De wortels van onze vennootschapsbelasting gaan terug naar de Duitse bezetting. Ook dit gegeven maakt dat Duitsland een uitermate geschikt land is om een rechtsvergelijking mee te maken. Er is immers een gerede kans aanwezig dat eventuele verbeteringen uit de in de grond verwante Duitse winstbelasting van lichamen goed in te passen zijn in het Nederlandse systeem.
De invalshoek die ik voor mijn onderzoek heb gekozen, is welke rechtsregels uit de Duitse winstbelasting van lichamen aanbevelenswaardig zijn voor de Nederlandse vennootschapsbelasting?
Deze onderzoeksvraag bevat verschillende begrippen. Met “rechtsregels’’ bedoel ik regels in de breedste en ruimste zin van het woord. Dit kunnen in de door mij bedoelde interpretatie zowel wettelijke vastgelegde regels zijn, alsmede (interpretaties van) regels die door de rechterlijke macht tot stand zijn gekomen. Het kan gaan om een aantal rechtsregels tezamen (een leerstuk), of juist om een individuele rechtsregel. Het kan ook gaan om een deel van een rechtsregel, op het moment dat bijvoorbeeld de rechtsregel in zijn geheel niet aanbevelenswaardig blijkt te zijn. Onder de Duitse winstbelasting van lichamen versta ik zowel de Körperschaftsteuer als de Gewerbesteuer. Wat aanbevelenswaardig is voor de Nederlandse vennootschapsbelasting, is voor discussie vatbaar. Derhalve heb ik een toetsingskader gehanteerd om mijn onderzoek en mijn mening over “wat aanbevelenswaardig is’’ zo veel mogelijk te objectiveren. De discussiepunten in Nederland en de mogelijke alternatieven in Duitsland heb ik getoetst aan een fiscaal-beleidsanalytische toets, fiscaal-juridische toets, fiscaal-wetstechnische toets en internationale/Europese fiscale ontwikkelingentoets. Wat ik onder de genoemde toetsen versta en een analyse van de onderlinge relatie tussen de toetsen is ruimschoots toegelicht in hoofdstuk 1.3.2. Ik volsta dan ook met een verwijzing naar dit hoofdstuk en onderstaande korte samenvatting van de toetsen.
Het voldoen aan de fiscaal-beleidsanalytische toets betekent:
De uitwerking (wettelijke of rechterlijke invulling van de rechtsregel) spoort met de ratio.
De wetgever heeft de juiste keuze gemaakt tussen het wel of niet invoeren van een wettelijke rechtsregel.
De rechtsregel heeft geen onbedoelde negatieve neveneffecten. Underkill of overkill moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
De rechtsregel is op het juiste niveau ingevoerd.
De rechtsregel zorgt voor een redelijke verhouding tussen de baten en lasten die uit de rechtsregel kunnen voortvloeien. Anders geformuleerd, de rechtsregel leidt niet tot buitenproportionele (administratieve) lasten voor de belastingplichtige of Belastingdienst.
De rechtsregel is voldoende (praktisch) uitvoerbaar en handhaafbaar.
Het voldoen aan de fiscaal-juridische toets betekent:
De rechtsregel is in overeenstemming met hoger recht. Hiermee wordt bedoeld dat de rechtsregel in overeenstemming moet zijn met het internationale recht, EU-recht, de grondwet en algemene rechtsbeginselen.
De rechtsregel past binnen het bestaande Nederlandse rechtsstelsel.
Het voldoen aan de fiscaal-wetstechnische toets betekent:
De rechtsregel is logisch en systematisch opgebouwd, consistent en de gebruikte terminologie duidelijk.
De rechtsregel (en de parlementaire toelichting) is duidelijk geformuleerd.
De rechtsregel is eenvoudig, duidelijk en toegankelijk.
Het voldoen aan de internationale en Europese ontwikkelingen toets betekent:
Een beoordeling van een rechtsregel met name in het licht van de C(C)CTB, het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat en eventuele andere internationale fiscale ontwikkelingen.
In het onderzoek is de focus komen te liggen op de toetsen waaraan een discussiepunt niet of in mindere mate aan voldoet. Naar mijn mening is een Duitse rechtsregel aanbevelenswaardig voor Nederland als hij op ten minste één toetsingscriterium beter scoort en op de andere niet minder dan wel de betere score op één aspect zwaarder telt dan de slechtere score op een (of meer) ander(e) terrein(en). Ondanks het hanteren van een toetsingskader is de beoordeling of er wel, niet, in meer of in mindere mate is voldaan aan de toetsen ook subjectief. De afweging en beoordeling van de toetsen (subjectieve keuzes) heb ik zo transparant mogelijk weergegeven door iedere afweging toe te lichten en te onderbouwen.
Om tot een verantwoord en onderbouwd antwoord te komen op mijn onderzoeksvraag heb ik in ieder hoofdstuk onderzocht hoe de desbetreffende rechtsregel (het leerstuk) in de huidige Nederlandse vennootschapsbelasting is vormgegeven en welke (meest conceptuele / fundamentele) discussiepunten er in Nederland spelen ten aanzien van de desbetreffende rechtsregel. Hierbij ben ik ingegaan op reeds geopperde oplossingsrichtingen, heb ik mijn eigen mening over de discussiepunten en de oplossingsrichtingen gegeven en heb ik de rechtsregel beoordeeld aan de hand van mijn toetsingskader. Vervolgens is door mij onderzocht hoe de desbetreffende rechtsregel (het leerstuk) in de huidige Duitse winstbelasting van lichamen is vormgegeven. Tot slot heb ik in ieder hoofdstuk de Nederlandse en Duitse rechtsregels met elkaar vergeleken, de overeenkomsten en verschillen uiteen gezet en aan de hand van mijn toetsingskader geanalyseerd welke rechtsregels uit de Duitse Körperschaftsteuer en/of Gewerbesteuer aanbevelenswaardig zijn voor de Nederlandse vennootschapsbelasting.
Alvorens tot een verantwoorde conclusie te komen, ben ik van mening dat ook de fiscale factoren die van invloed kunnen zijn op de winstbelasting van lichamen (door mij het fiscale krachtenveld genoemd) nader moesten worden onderzocht.