Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/3.4
3.4 De onteigeningsdeskundige in de huidige tijd
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701980:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er bestaan aan de zijde van de deskundigen zelfs een soort vakmatige stambomen (bv: WJ.I. van Wijmen – P.C.E. van Wijmen – H.J.M. van Mierlo – E.N. de Brauw – J.H. de Brauw – J.G. de Vries Robbé – J.A.M.A. Sluysmans) en/of zelfs letterlijk aan het onteigeningsrecht verbonden bloedlijnen (familienamen als bv: De Brauw, Overwater en Verhagen). Als vanzelf zorgt dit voor uitgebreide en jarenlange kennis van het onteigeningsrecht. Uitgebreid: Sluysmans & Procee 2016, p. 139. Bij de rechtbanken daarentegen is het zo dat sommige rechtbanken nauwelijks onteigeningszaken behandelen en/of rechters veelvuldig laten rouleren qua kamer. Dat leidt eerder tot een uitholling dan tot een specialisering aan kennis van het onteigeningsrecht. Uitgebreid: Kruseman, W. 1920/10509; Sluysmans, TBR 2008/5, § 4.
Sluysmans, TBR 2008/5; Sluysmans, TBR 2009/25; Sluysmans, O&A 2015/89; Sluysmans 2011, p. 179-197.
Bovenbeschreven opmars van de onteigeningsdeskundige mag niet worden begrepen in termen van vaste oorzaak-gevolgrelaties. De opmars van de deskundige was een proces van lange adem waaraan allerlei ontwikkelingen hebben bijgedragen. Daarvan heb ik beschreven de professionalisering van de deskundigencommissie, de toelating van deskundigen op de pleitzitting en de vermindering van de rol van de rechter-commissaris. Dat zijn niet-limitatieve met elkaar samenhangende en elkaar over en weer beinvloedende factoren. Daarnaast zijn de chronologische lijnen niet altijd even scherp te trekken. Er zijn ook nog andere oorzaken die hebben geleid tot een groeiende rol van de onteigeningsdeskundige. In het bijzonder wijs ik dan op het rechterlijke roulatiesysteem. Deskundigen bleven vaak jarenlang aan het vak verbonden, terwijl rechters om de zoveel jaar rouleren van rechtsgebied. Het roulatiesysteem bemoeilijkt de kennisopbouw en ervaring met het onteigeningsrecht binnen de rechterlijke macht. 1
Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een fundamentele herziening van de onteigeningswet uitgebleven. De wetgever heeft nooit (nadere) regels gesteld met betrekking tot deskundigen. Dat betekent dat de hierboven beschreven ontwikkelingen en contouren nog steeds zichtbaar zijn. Zij bieden een representatief beeld van de huidige deskundigenpraktijk in het onteigeningsrecht. Voor een uitgebreide beschrijving van de inzet en rol van onteigeningsdeskundigen in de huidige tijd verwijs ik naar § 2.2.
In de tussentijd zijn er vanuit de praktijk enige veranderingen geïnitieerd. Toenemende kritiek op het gebrek aan transparantie rondom de inzet van onteigeningsdeskundigen was daar een belangrijke reden voor.2 In het bijzonder valt te denken aan de ‘buitenwettelijke’ voorhangprocedure en de oprichting van een deskundigenregister dat is ondergebracht bij het LRGD (uitgebreid § 7.3.2).