NJ 1951/653
Eis in kort geding tot schorsing van een woonruimtevordering, ingesteld tegen den Staat. Niet-ontvankelijkheid.
HR 16-06-1950, ECLI:NL:HR:1950:21, m.nt. Mr. D.J. Veegens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 juni 1950
- Magistraten
Mrs van der Meulen, Hijink, Smits, Dubois en de Jong
- Zaaknummer
[16061950/NJ_1951-653]
- Conclusie
Conclusie Adv.-Gen. Langemeijer.
- Noot
Mr. D.J. Veegens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS166539:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1950:21, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑06‑1950
- Wetingang
Essentie
Eis in kort geding tot schorsing van een woonruimtevordering, ingesteld tegen den Staat. Niet-ontvankelijkheid.
Samenvatting
De ontvankelijkheid van dezen eis is afhankelijk van de vraag, of B. en W. bij het doen der vordering en de Burgemeester bij de uitvoering daarvan den Staat vertegenwoordigen.
Deze autoriteiten handeten wel ingevolge een opdracht, als bedoeld in art. 146, lid 3, Grondwet, doch vertegenwoordigen daarom nog niet den Staat. Zodanige opdracht toch moet niet worden opgevat als een opdracht aan bepaalde functionarissen van de gemeente om werkzaam te zijn als organen van den Staat, doch veeleer als een opdracht aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.