Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/15.2.1
15.2.1 Achtergrond
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947795:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. Na 11 en Na 12 Kw. Van zo’n vermoeden kan, blijkens de memorie van toelichting, bijvoorbeeld sprake zijn ‘als een lokale kandidaat in een bepaald stembureau geen stemmen heeft gekregen, terwijl hij of zij in andere stembureaus in de gemeente wel veel stemmen heeft gekregen’. Zie Kamerstukken II 2019/20, 35489, nr. 3, p. 13.
Deze wet zou oorspronkelijk op 1 januari 2018 vervallen, maar werd meermaals verlengd, totdat de hier besproken Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen hem overbodig maakte.
Art. Na 18 Kw.
Art. O 1 jo. O 4 Kw. Het oorspronkelijke voorstel wilde de hoofdstembureaus afschaffen. Naar aanleiding van kritiek van de Kiesraad, die erop wees dat de uitvoerbaarheid van haar werkzaamheden daardoor onder druk zou komen te staan, voorzag een nota van wijziging (Kamerstukken II 2021/22, 35489, nr. 8) toch in het behoud van de hoofdstembureaus. Zonder de twintig hoofdstembureaus die de uitkomst per kieskring totaliseren, zou de Kiesraad zelf ruim 350 processen-verbaal moeten verwerken.
Art. Na 35 Kw.
Tot 1 januari 2023 verliep de vaststelling van de uitslag, kort gezegd, als volgt. Na het sluiten van de stembussen telden de stembureaus in het openbaar de uitgebrachte stemmen. De plaatselijke burgemeester stelde vervolgens de per kandidaat en per lijst uitgebrachte stemmen op gemeentelijk niveau vast. Daarop stuurde hij de processen-verbaal van de stembureaus en zijn eigen opgave van de totalen naar het hoofdstembureau, dat de uitslag op kieskringniveau totaliseerde. Het proces-verbaal daarvan werd tijdens een openbare zitting vastgesteld en toegezonden aan de Kiesraad (het centraal stembureau voor de Tweede Kamerverkiezingen). De Kiesraad stelde de uitslag vast en maakte deze tijdens een openbare zitting bekend.
Een wetswijziging van 1 januari 2023 (Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen) betekende de introductie van nieuwe instanties in de vorm van ‘gemeentelijk stembureaus’, die in de procedure van de vaststelling van de uitslag een belangrijke rol vervullen. Volgens de nieuwe regels krijgen gemeenten de keuze tussen twee telprocedures. Het uitgangspunt is een integrale telling, die door de afzonderlijke stembureaus wordt verricht. Het gemeentelijk stembureau controleert daarop tijdens een openbare zitting de processen-verbaal van de stembureaus en gaat over tot een hertelling als daaruit fouten naar voren komen of een vermoeden rijst dat het stembureau fouten heeft gemaakt. 1Ook een onverklaard verschil tussen het aantal tot de stemming toegelaten kiezers en het aantal uitgebrachte stemmen is aanleiding voor een hertelling. De tweede optie behelst een ‘centrale stemopneming’ die door het gemeentelijk stembureau wordt verricht. Met deze optie werd sinds 2014 in de praktijk al geëxperimenteerd op basis van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming. 2Deze experimenten verliepen goed, maar omdat de voor- en nadelen van de centrale stemopneming per gemeente verschillend werden ervaren, koos de wetgever ervoor om de procedure facultatief te maken. Wanneer gemeenten voor de centrale stemopneming kiezen, tellen de afzonderlijke stembureaus de stemmen alleen op lijstniveau. 3Het gemeentelijk stembureau telt vervolgens in het openbaar de stemmen op kandidaatsniveau, 4waarbij de basistelling van de afzonderlijke stembureaus als ‘nulmeting’ dient. Een vergelijking tussen de basistelling en de telling van het gemeentelijk stembureau kan onregelmatigheden bij het transport van de stembiljetten naar het gemeentelijk stembureau aan het licht brengen. 5
Voor beide procedures geldt dat het gemeentelijk stembureau zijn proces-verbaal vervolgens naar het hoofdstembureau stuurt, dat de uitkomst op kieskringniveau in het openbaar vaststelt. 6Als niet gekozen is voor een centrale stemopneming, stuurt het gemeentelijk stembureau ook de processen-verbaal van de afzonderlijke stembureaus mee.7 Het hoofdstembureau, op zijn beurt, brengt deze stukken tezamen met zijn eigen proces-verbaal over naar het centraal stembureau,8 die vervolgens de verkiezingsuitslag vaststelt. Daartoe controleert het centraal stembureau de uitkomsten in de processen-verbaal van de gemeentelijk stembureaus en, als niet is gekozen voor centrale stemopneming, de processen-verbaal van de afzonderlijke stembureaus. 9Als het vermoeden rijst dat een proces-verbaal van een gemeentelijk stembureau fouten bevat, volgt de opdracht om opnieuw in openbare zitting bijeen te komen om de fouten te onderzoeken. Dat onderzoek kan een (al dan niet gedeeltelijke) hertelling betekenen.10 Het centraal stembureau stelt de uitslag vast tijdens een openbare zitting.11