Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/19.2.4:19.2.4 Time share en mandeligheid
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/19.2.4
19.2.4 Time share en mandeligheid
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS484845:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mertens1 vraagt zich af of mandeligheid wellicht een figuur is die geschikt is om een goederenrechtelijke vorm te geven aan time share.
‘De mandeligheid zou bij timesharing aldus kunnen worden ingericht, dat iedere koper van een timeshare een klein perceel verwerft waaraan het recht is gekoppeld om een bepaald gedeelte van de mandelige zaak (bijvoorbeeld een hotel) jaarlijks te gebruiken gedurende en bepaalde periode. Dit recht zou in een zakelijk werkende gebruiksregeling kunnen worden neergelegd (art. 3:168). Het perceel dat iedere timeshare-koper zou verwerven zou deel kunnen uitmaken van bijvoorbeeld een tuin bij het timeshare-project en ten behoeve van de gemeenschap kunnen worden bezwaard met een erfdienstbaarheid, zodat de in volle eigendom aan de periode-gerechtigden toekomende percelen door alle andere periode-gerechtigden zouden kunnen worden gebruikt.’
Het voordeel zou volgens Mertens hierin gelegen zijn2 dat de koper (periode-eigenaar) – anders dan bij veel andere in de praktijk toegepaste constructies3 – een zakelijk recht verwerft.
Berger noemt het volgende voorbeeld. Een complex bestaat uit een kantoorgebouw, een sportcomplex, een nachtclub en een parkeergarage. Het gebruik van de parkeerplaatsen wordt gedeeld. De kantoorklerken wensen door de week en overdag te parkeren, de sporters in het weekend en de nachtclubbezoekers vooral ’s avonds, ’s nachts en ’s ochtends vroeg. Hier verzet zich niets tegen mandeligheid van de parkeerplaatsen. Het is een prima mogelijkheid om aan de wensen van de eigenaren en gebruikers tegemoet te komen. Een gebruiksregeling ex art. 3:168 zou een regeling kunnen bevatten over de periodes van een dag waarop door bepaalde mensen geparkeerd zou mogen worden. Voorts kan een kostenregeling, rekening houdend met het gebruik, worden overeengekomen.4