AB 2022/254
Vertrouwensbeginsel stap 3: geen zwaarder wegende belangen staan in de weg aan honorering van het gerechtvaardigde vertrouwen; dispositievereiste in het midden gelaten.
ABRvS 29-09-2021, ECLI:NL:RVS:2021:2180, m.nt. L.J.A. Damen
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
29 september 2021
- Magistraten
Mrs. H.G. Sevenster, C.C.W. Lange, B. Meijer
- Zaaknummer
202004032/1/V6
- Noot
L.J.A. Damen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659038:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Verblijf
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:2180, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29‑09‑2021
- Wetingang
Art. 8 RWN
Essentie
Vertrouwensbeginsel stap 3: geen zwaarder wegende belangen staan in de weg aan honorering van het gerechtvaardigde vertrouwen; dispositievereiste in het midden gelaten.
Samenvatting
De rechtbank heeft onbestreden overwogen dat appellante er redelijkerwijs van mocht uitgaan dat de door de medewerker van de IND gedane uitlating juist was. De rechtbank heeft eveneens onbestreden overwogen dat deze uitlating aan de staatssecretaris kan worden toegerekend. Hiermee zijn de eerste twee stappen al gezet. Het gaat in hoger beroep daarom alleen nog om de derde stap en daarmee om de vraag of er zwaarder wegende belangen zijn, waardoor het beroep van appellante ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.