Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.6.8:13.6.8 Informatieverstrekking in bezwaar en beroep
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.6.8
13.6.8 Informatieverstrekking in bezwaar en beroep
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498326:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toezichtsbevoegdheden op de voet van art. 47 e.v. AWR gelden onverkort in de bezwaarfase, dus nadat de inspecteur een belastingaanslag of een andere voor bezwaar vatbare beschikking heeft opgelegd. Mij dunkt dat de informatiebeschikking in art. 52a AWR hierin geen verandering brengt; ook niet wanneer het bezwaar tegen deze beschikking is gericht. Denkbaar is dat een informatieverzoek ten behoeve van de beoordeling van dat bezwaar opnieuw leidt tot een voor bezwaar vatbare informatiebeschikking (namelijk wanneer de betrokkene ook dat verzoek onbeantwoord laat).
Beginselen van behoorlijk procesrecht beperken bevoegdheidsuitoefening in de beroepsfase
Naar de tekst van de wet zouden de bevoegdheden ex art. 47 AWR e.v. ook kunnen worden uitgeoefend nadat de belanghebbende (tegen een uitspraak op bezwaar) in beroep is gekomen bij de belastingrechter. De beginselen van behoorlijk procesrecht beletten dit. Uit de uitspraak van de belastingkamer van 10 februari 1988, nr. 23 925, volgt dat een belanghebbende niet meer kan worden gedwongen om op grond van art. 47 e.v. AWR mee te werken aan de bewijslevering in zijn eigen zaak.1 Wel kan de rechter toestaan dat een boekenonderzoek (en meer in het algemeen de bevoegdheidsuitoefening ex art. 47 AWR) plaatsvindt, wanneer die verzoekt om de gevraagde gegevens te verstrekken (art. 8:45 Awb) of het beroep is ingesteld omdat de inspecteur niet tijdig uitspraak op het bezwaarschrift heeft gedaan (art. 27a AWR).2
Gelet op de uitspraak van de belastingkamer van de HR van 23 september 1992, nr. 28 388, is na het instellen van beroep wel toegestaan dat de inspecteur in verband met de beroepszaak een onderzoek bij derden instelt.3