Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.2.2
14.2.2 “bieder”
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368835:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Overigens voorziet de richtlijndefinitie niet in een dergelijke toerekening nu daar enkel als bieder wordt aangemerkt degene die een bod uitbrengt (art. 2 lid 1 sub c).
Vgl. in het kader van de best price-regel voor het vrijwillige bod (waarover kort § 14.4) Alexander 2008, p. 746. Volgens Alexander tellen ook mee transacties die door derden zijn verricht, maar waarvan de bieder het economisch risico draagt.
§ 2 Abs. 4 WpÜG, waarover Versteegen 2010 § 2 WpÜG, Rn. 118 e.v.
De definitie van bieder stamt in haar huidige bewoording van voor de invoering van het verplicht bod.
De term “namens” kwam reeds voor in de definitie van “overnemende NV” in de Fusiecode (art. 2 lid 3) en gaf ook toen al aanleiding tot vragen, zie hierover Van Solinge/Nieuwe Weme 1999, p. 58-59.
Zie voor de moeizame totstandkomingsgeschiedenis Kamerstukken II, 1999/00, 27 172, A (H), p. 5 en Kamerstukken II, 1999/00, 27 172, nr. 3, p. 15.
Vgl. Van Solinge 2001-2, p. 505.
Stb. 2007/329, p. 54.
Zie bijvoorbeeld het AFM 2011 – 10 jaar AFM toezicht op openbare biedingen, p. 27 en 40.
De OK is belast met de handhaving van de biedplicht, zie nader § 16.3.
In art. 1:1 Wft wordt de bieder gedefinieerd als:
“een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, dan wel enig naar buitenlands recht daarmee vergelijkbaar lichaam of samenwerkingsverband, door wie of namens wie al dan niet tezamen met een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen, vennootschappen of daarmee vergelijkbare lichamen of samenwerkingsverbanden een openbaar bod wordt voorbereid of uitgebracht, dan wel is uitgebracht”.
Zonder twijfel is degene die het verplicht bod uitbrengt bieder in de zin van de definitie. Eerder kwam al aan de orde wie in geval van acting het concert het bod zou kunnen uitbrengen (§ 13.4.4).
Lastiger te beantwoorden is de vraag wie bij acting in concert naast degene die het bod daadwerkelijk uitbrengt als bieder is aan te merken. In dit verband is de uitleg van het woord “namens” cruciaal.1 Kan nu worden gezegd dat de concert party of een daartoe aangewezen derde, zoals bijvoorbeeld een biedvehikel (§ 13.4.3.4), het bod uitbrengt namens de (overige) biedplichtigen? Ik zou menen van wel. Afgezien van het feit dat deze benadering dogmatisch voor de hand ligt, wordt hierdoor het risico van omzeiling van de billijke prijs-regels verminderd. Onduidelijk is immers of de verwijzing naar “personen die in onderling overleg met de bieder handelen” in alle gevallen voor een vangnet zorgt (§ 14.2.3).2 Degene die het bod uitbrengt doet dit dus namens de concert parties. Alle concert parties zijn dan bieder, ook degenen die zijn vrijgesteld op de voet van art. 5:71 lid 1 sub h Wft. Om de onduidelijkheid weg te nemen kan worden overwogen om in navolging van de Duitse definitie toe te voegen dat ook bieder is degene die verplicht is een bod uit te brengen.3
Bedacht moet worden dat het bieder-begrip niet alleen in de billijke prijs-regels bij het verplicht bod gehanteerd wordt, maar ook in de algemene biedingsregels.4 Gelet op de verschillende achtergrond van beide regelingen is het niet verwonderlijk dat ook de uitleg verschilt. Onder de algemene biedingsregels is – gelet op het woord namens5 ,6 – doorslaggevend voor het zijn van bieder wie uiteindelijk de effecten verwerft waarop het bod ziet.7 Dit lijkt ook de zienswijze van de wetgever. Voor de situatie waarin het bod wordt uitgebracht door een biedvehikel is verduidelijkt dat iedere partij in dit vehikel als bieder dient te worden aangemerkt.8 De strekking van de verplicht bod-regeling stelt echter andere eisen aan het biederbegrip dan de gewone biedingsregels. Wat in het kader van het vrijwillige bod een zinnige en wenselijke verduidelijking is, moet voor het verplicht bod worden afgewezen omdat hierdoor misbruik in de hand wordt gewerkt; een concert party zou bewust geen aandelen kunnen verwerven en zo buiten de billijke prijs-regels blijven. In aanvulling op het voorgaande merk ik nog op dat de AFM het biederbegrip voor verschillende praktijksituaties verder heeft ingekleurd.9 Nu de AFM niet de bevoegde toezichthouder is inzake het verplicht bod10 , moet de uitleg die de AFM aan het bieder-begrip geeft in het kader van de verplicht bod-regeling buiten beschouwing blijven.