Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/5.1
5.1 Inleiding
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS298001:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Er kan zelfs gesteld worden dat er in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur nauwelijks aandacht is geweest voor de vraag waaruit subjectieve rechten bestaan die niet goederenrechtelijk zijn. Zie hierover paragraaf 5.4.3 met enkele verklaringen. Een uitzondering vormt de al eerder besproken opvatting van Hart over de ‘perimeter of protection’ die ook bij niet-goederenrechtelijke subjectieve rechten aanwezig is; zie randnummer 88.
Ryan 1987, p. 8134; Penner 1996, p. 800–801; Wenar 1997, p. 1924; Cass 2004, p. 223; Bell & Parchomovsky 2005, p. 533; Morales 2013, p. 1128 merken op dat het begrip ‘property’ onder juristen omstreden is. Smith 2017, p. 151 wijst op het verschil tussen de wijze waarop juristen het begrip gebruiken en de wijze waarop economen dat doen. Veel van de (rechts)economische definities van ‘property’ gaan niet verder dan ‘een recht om gebruik te maken van een rechtsobject’; zie in deze zin: Müller & Tietzel 1999, p. 40; Lueck & Miceli 2007, p. 186; Alchian 2008; Menell 2015, p. 167, of zelfs alleen maar het ‘bezit van een rechtsobject’; zie Barzel 2015, p. 719; Hodgson 2015, p. 684. Verder moet gebruik van de term ‘property’ in de zin van ‘goederenrechtelijke aanspraak’ worden onderscheiden van dezelfde term in specifieke wetgeving, zoals § 541 van de Amerikaanse Bankruptcy Code, dat een veel bredere definitie hanteert.
146. In hoofdstuk 6 bespreek ik op welke manieren subjectieve rechten kunnen worden aangevuld. Om dat te kunnen doen, is het eerst nodig om te weten hoe subjectieve rechten zijn opgebouwd. In hoofdstuk 3 heb ik al gesteld dat subjectieve rechten bestaan uit juridische posities, maar heb ik het bewijs voor die stelling vooruitgeschoven (zie randnummer 88). Het is nu tijd om op dit punt terug te komen. Ik beperk me daarbij in eerste instantie tot de vraag hoe goederenrechtelijke rechten zijn opgebouwd. De reden daarvoor is dat over de opbouw van goederenrechtelijke rechten méér literatuur is verschenen dan over de opbouw van andere subjectieve rechten, waardoor de gevoerde discussie meer relevante gezichtspunten heeft opgeleverd.1 Daarnaast zal blijken dat uit de opbouw van goederenrechtelijke rechten ook de opbouw van niet-goederenrechtelijke subjectieve rechten is af te leiden (zie meer uitgebreid randnummer 175). Ik gebruik in de navolgende bespreking de term ‘goederenrechtelijk recht’ als vertaling voor de in de (Anglo-) Amerikaanse rechtsliteratuur gebruikte term ‘property’, ook al is de betekenis van die laatste term minder vast.2 Voor deze bespreking maakt dat geen verschil.
147. Dit hoofdstuk bestaat uit drie delen. In paragraaf 5.2 bespreek ik kort de voorgeschiedenis van het denken over goederenrechtelijke rechten in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur. Deze voorgeschiedenis gaat over drie stromingen die hebben geprobeerd te verklaren hoe goederenrechtelijke rechten zijn opgebouwd. In paragraaf 5.3 bespreek ik de huidige stand van de doctrine, die het resultaat is van de strijd tussen de verschillende stromingen uit het verleden. De huidige doctrine maakt gebruik van vier stappen om te laten zien hoe goederenrechtelijke rechten worden opgebouwd: het bepalen van in aanmerking komende schaarse middelen, het samenvoegen van schaarse middelen tot rechtsobjecten, het bepalen van in aanmerking komende juridische posities (met betrekking tot die rechtsobjecten) en het samenvoegen van die juridische posities tot goederenrechtelijke rechten. Met de inhoud van dit ‘stappenschema’ is het mogelijk om een redelijk aantal aspecten van goederenrechtelijke rechten te verklaren. In paragraaf 5.4 laat ik zien waarom dit stappenschema toch nog niet helemaal volledig is. De huidige doctrine wordt mijns inziens nog te veel beïnvloed door de stromingenstrijd uit het verleden, waardoor er te weinig aandacht is voor het toedelen van juridische posities door de overheid. Ik voeg het toedelen van juridische posities door de overheid daarom toe aan het stappenschema om goederenrechtelijke rechten op te bouwen. Daarmee kan het gebruikt worden in hoofdstuk 6 om te bekijken op welke manieren subjectieve rechten kunnen worden aangevuld.
148. Snelle lezers kunnen voor dit hoofdstuk volstaan met de samenvatting in paragraaf 5.5. Door dit hoofdstuk heen maak ik gebruik van het begrippenkader uit hoofdstuk 3 en het concept ‘transactiekosten’ uit paragraaf 4.2.