Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.2.2.1:8.2.2.1 Artikel 2:8 BW
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/8.2.2.1
8.2.2.1 Artikel 2:8 BW
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972058:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover hoofdstuk 7.
Zie ook par. 3.3 en par. 4.3 hiervoor.
Zie ook par. 5.3 hiervoor.
Zie hierover ook Assink/Slagter 2013, p. 198; Asser/Kroeze 2-I 2021, nr. 231; en Verdam 2017.
Artikel 2:396 BW. Zie Asser/Kroeze 2-I 2021, nr. 231, onder verwijzing naar Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Aanpassing BW 1991, p. 164.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken heb ik reeds toegelicht dat artikel 2:8 BW een centrale rol speelt bij de regulering van informatierechten van aandeelhouders,1 zowel binnen als buiten het verband van de algemene vergadering. In het verband van de algemene vergadering uit dit zich met name in de zeggenschapsfunctie van het informatierecht. De aandeelhouder dient op grond van artikel 2:8 BW over zodanige informatie te beschikken, dat hij in staat is om op geïnformeerde wijze deel te nemen aan de discussie en besluitvorming ter vergadering.2 Buiten vergadering is met name de zorgfunctie van het informatierecht van belang. In voorkomende gevallen rust op de vennootschap uit hoofde van artikel 2:8 BW een zorgplicht die noopt tot verstrekking van bepaalde informatie, veelal uit eigen beweging en anders op verzoek van de aandeelhouder.3
Een verplichting uit artikel 2:8 BW kwalificeert als een na te leven verbintenis uit de wet van eigen aard.4 De verplichting van de vennootschap en de institutioneel betrokkenen om zich jegens elkander te gedragen overeenkomstig de redelijkheid en billijkheid is derhalve een rechtsplicht waarvan de nakoming in rechte kan worden afgedwongen.5 Dat geldt ook voor de hiervoor omschreven verplichtingen van de vennootschap om informatie te verstrekken aan haar aandeelhouders. In voorkomende gevallen kan een individuele aandeelhouder dus in rechte toegang tot informatie vorderen uit hoofde van artikel 2:8 BW.
De aandeelhouder zal voldoende onderbouwd moeten aantonen dat hij een voldoende en redelijk belang heeft bij toegang tot de betreffende informatie en dat de vennootschap onder de gegeven omstandigheden gehouden is die informatie te verstrekken. Bij een informatievordering die verband houdt met de zorgfunctie van het informatierecht, zal de aandeelhouder bijvoorbeeld moeten aantonen dat (i) in de omstandigheden van het geval op de vennootschap een zorgplicht rust die noopt tot informatieverstrekking; en (ii) deze plicht (in ieder geval) ziet op de gevorderde informatie. De vennootschap kan vervolgens, naast een betwisting van de stellingen van de aandeelhouder, bij wijze van (bevrijdend) verweer aanvoeren dat een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich tegen verstrekking van de aldus verzochte informatie verzet.