Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/15.5.1
15.5.1 Natuurlijke personen en lichamen; vertegenwoordiging
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS497052:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de brief van de staatssecretaris van Financiën van 18 december 2003, nr. DGB 2003/6633M, V-N 2004/2.6, waarin hij in onderdeel 3.8 opmerkt dat het zwijgrecht van art. 67j AWR (oud) ook geldt voor inhoudingsplichtigen.
Zie onder meer HR 17 januari 1990,BNB 1990/193 (m.nt. Scheltens) (belastingkamer) en HR 26 oktober 1993, NJ 1994, 51 (m.nt. Van Veen) (strafkamer).
Art. 42 AWR.
Of dit betekent dat het aanvangsmoment van de criminal charge voor beide gelijk is, is onder meer afhankelijk van het antwoord op de vraag of voor het aannemen van een ‘ciminal charge’ is vereist dat de betrokkene op de hoogte is van de beschuldiging tegen hem. Zie § 15.4.2.3.2 hierna.
Tot besluit wil ik nog kort stilstaan bij de kring van personen die in Nederlandse punitieve belastingzaken als ‘person charged’ kunnen worden gekwalificeerd. Omdat het EHRM geen beperkingen lijkt te stellen aan het begrip ‘any one charged with a criminal offence’, moet worden aangenomen dat alle categorieën aangifte-, inhoudings- en informatieplichtigen onder de werkingssfeer van het ‘criminal head’ van art. 6 EVRM vallen.1 Evenals het EHRM hebben de belasting- en strafkamer van de HR art. 6 EVRM toepasselijk verklaard op zowel natuurlijke als rechtspersonen.2
Gemachtigden en vertegenwoordigers; bestuurders van lichamen
Vertegenwoordigers kunnen namens de vertegenwoordigde een beroep op de rechten van art. 6 EVRM doen. Bij vertegenwoordiging van natuurlijke personen, kan in Nederlandse belastingzaken vooral worden gedacht aan de belastingadviseur, accountant, curator of voogd.3 De bevoegdheden van een lichaam worden uitgeoefend en zijn verplichtingen kunnen worden nagekomen door iedere bestuurder.4 Zij kunnen zich dan beroepen op de aan het lichaam toekomende rechten en waarborgen.
Vertegenwoordiger is zelf verdachte
Wanneer de vertegenwoordiger zelf is ‘charged with a criminal offence’, dan komt hem – voor zover hij al niet een ‘afgeleid’ verschoningsrecht heeft als voormeld – een zelfstandig beroep op art. 6 EVRM toe. Dit kan bijvoorbeeld spelen wanneer een belastingadviseur als medepleger in de zin van art. 5:1, lid 2 Awb wordt aangemerkt. Of, en zo ja vanaf welk moment, de medepleger zich kan beroepen op de verdedigingsrechten in art. 6 EVRM, vereist een zelfstandige beoordeling van (de aantasting van) zijn verdedigingspositie. In de regel zal sprake zijn van verwevenheid met de positie van de vertegenwoordigde (wiens fiscale verplichtingen in het geding zijn).5 Tegelijk kan sprake zijn van strijdige belangen (maar deze omstandigheid is niet van invloed op de mogelijkheid van beide partijen om zich op art. 6 te beroepen).