Rb. Limburg, 31-08-2022, nr. C/03/280675 / HA ZA 20-387
ECLI:NL:RBLIM:2022:6750
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
31-08-2022
- Zaaknummer
C/03/280675 / HA ZA 20-387
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBLIM:2022:6750, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 31‑08‑2022; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2020:8222
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:1094
ECLI:NL:RBLIM:2022:1094, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 09‑02‑2022; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:6750
ECLI:NL:RBLIM:2020:8222, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 21‑10‑2020; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Einduitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:6750
Uitspraak 31‑08‑2022
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. Vervolg op ECLI:NL:RBLIM:2022:1094. De rechtbank beveelt een onderzoek door een deskundige, ter beantwoording van de vraag wat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden een marktconforme eenheidsprijs voor een van de besteksposten was.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387
Vonnis in hoofdzaak en in de vrijwaring van 31 augustus 2022
in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLM WEGENBOUW B.V.,
gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,
eiseres,
advocaat mr. C.M. van der Corput te 's-Hertogenbosch,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
gedaagden,
advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/03/285571 / HAZA 20-599 van
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
eiseressen,
advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HASKONING DHV NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
gedaagde,
advocaat mr. L.C. van den Berg te 's-Gravenhage.
Partijen in de hoofdzaak worden hierna BLM Wegenbouw, de Gemeente Voerendaal, de Gemeente Simpelveld (en beide gemeenten samen: de Gemeenten) genoemd.
1. De procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
- -
het tussenvonnis van 9 februari 2022
- -
de akte uitlating benoeming deskundige van BLM Wegenbouw
- -
de akte benoeming deskundige van de Gemeenten.
1.2.
Tot slot is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
in de zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387
Het tussenvonnis
2.1.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 9 februari 2022 overwogen dat zij voornemens is om een deskundige in te schakelen en de vraag voor te leggen wat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden (september 2019) een marktconforme eenheidsprijs was voor de werkzaamheden genoemd in bestekspost 143330, uitgaande van de uiteindelijk verwerkte hoeveelheid (115,02 ton). Partijen zijn na het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om onderling tot overeenstemming te komen over het door de Gemeenten nog aan BLM Wegenbouw te betalen bedrag en om, bij gebreke van overeenstemming, zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n), over het voornemen om de door de rechtbank geformuleerde vraag aan de deskundige(n) te stellen, over de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de maximaal acceptabele hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige(n).
Standpunten van partijen na het tussenvonnis
2.2.
Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij niet tot overeenstemming hebben kunnen komen en zij hebben zich uitgelaten over de hiervoor weergegeven onderwerpen.
2.3.
BLM Wegenbouw heeft bezwaar tegen de in het tussenvonnis opgenomen vraagstelling. Die vraagstelling is volgens BLM Wegenbouw onjuist, omdat de besteksbepaling slechts gelezen en begrepen kan worden in relatie tot de totale inschrijving en inschrijvingsprijzen. Daarom kan niet worden volstaan met het bepalen van een marktconforme prijs enkel voor bestekspost 143330. Volgens BLM Wegenbouw dient een prijs te worden bepaald die passend is bij het betreffende bestek en alle besteksposten, rekening houdend met het grote gebied waar de werkzaamheden moesten plaatsvinden. Verder heeft BLM Wegenbouw bezwaar tegen het voornemen om te bepalen dat BLM Wegenbouw de kosten van de deskundige dient voor te schieten. Volgens BLM Wegenbouw is die beslissing onbegrijpelijk, omdat zij is gebaseerd op het verwijt richting BLM Wegenbouw dat voor haar al in een vroeg stadium duidelijk was of had moeten zijn dat de in het bestek genoemde hoeveelheden te laag waren om de opgedragen werkzaamheden uit te voeren. De Gemeenten wisten al bij aanvang dat de hoeveelheid te laag was. Volgens de RAW systematiek komen onduidelijkheden in het bestek voor rekening en risico van de opsteller ervan. De opstellers zijn in dit geval de Gemeenten, zodat de vordering van BLM Wegenbouw had moeten worden toegewezen, aldus nog steeds BLM Wegenbouw. Tot slot kan volgens BLM Wegenbouw worden volstaan met benoeming van één deskundige, waarbij de kosten een bedrag van circa € 2.500,00 exclusief btw dienen te bedragen. De deskundige dient ruime ervaring te hebben op het gebied van de RAW-systematiek en de van belang zijnde paragrafen van de UAV 2012.
2.4.
De Gemeenten hebben aan de rechtbank meegedeeld dat kan worden volstaan met benoeming van één deskundige. De deskundige dient volgens de Gemeenten de in het tussenvonnis opgenomen vraagstelling te beantwoorden. Terzake de kosten achten de Gemeenten een voorschot van € 5.000,00 exclusief btw passend.
Beoordeling
2.5.
De rechtbank passeert het bezwaar van BLM Wegenbouw ten aanzien van de vraagstelling. Uit paragraaf 39 lid 3 van de UAV 2012 volgt dat enkel de afwijking van de oorspronkelijke in het bestek opgenomen hoeveelheid wordt verrekend. Uit diezelfde bepaling volgt ook dat de aanneemsom niet wordt gewijzigd. Het is niet de bedoeling dat achteraf de aanneemsom wordt gereconstrueerd; uitsluitend de afwijkingen worden verrekend op basis van gewijzigde prijzen.1.Dit betekent dat de in het bestek opgenomen hoeveelheid voor bestekspost 143330 (4,90 ton) dient te worden afgerekend conform de daarvoor overeengekomen prijs, dat de wijziging van de verrekenprijzen slechts geldt voor de afwijking en dat die verrekening losstaat van andere posten in de aanneemsom. Voor zover BLM Wegenbouw heeft bedoeld het standpunt in te nemen dat zij bij inschrijving al rekening heeft gehouden met een forse overschrijding en dat dit invloed heeft gehad op de prijzen van andere besteksposten, geldt dat zij in dat geval al voor of bij de inschrijving had moeten waarschuwen voor fouten in het bestek (om dezelfde redenen en met dezelfde gevolgen als opgenomen in rechtsoverwegingen 4.8 tot en met 4.13 van het tussenvonnis van 9 februari 2022).
2.6.
Terzake het standpunt van BLM Wegenbouw dat onjuistheden in het bestek voor rekening en risico van de opsteller van het bestek komen, wijst de rechtbank erop dat in het tussenvonnis is geoordeeld dat in dit geval geen recht bestaat op onverkorte toepassing van de overeengekomen verrekenprijs. Daarin ligt eveneens het oordeel besloten dat (wederom in dit geval) de onjuistheid in het bestek niet voor rekening en risico van de opsteller komt. Deze beslissingen in het tussenvonnis zijn bindende eindbeslissingen. Voor dergelijke beslissingen geldt de regel dat daarvan in dezelfde instantie in beginsel niet kan worden teruggekomen. Dit kan anders zijn als de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, dan wel indien de eisen van een goede procesorde om een andere reden meebrengen dat het onaanvaardbaar is indien de rechter aan zijn eerdere beslissing is gebonden. Voor zover BLM Wegenbouw in haar akte (impliciet) heeft verzocht van de beslissing in het tussenvonnis terug te komen, wordt dat verzoek afgewezen. Immers, niet is gebleken van een juridische of feitelijke misslag of andere gronden voor heroverweging.
2.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vraagstelling als weergegeven in het tussenvonnis geen wijziging behoeft en dat de in te schakelen deskundige geen bijzondere deskundigheid terzake de RAW-systematiek of de relevante bepalingen in de UAV 2012 hoeft te hebben. De deskundige moet uiteraard wel kennis hebben op het gebied van prijsbepaling in de wegenbouw.
2.8.
Navraag bij diverse deskundigen heeft geleerd dat de door BLM Wegenbouw voorgestelde hoogte van het voorschot niet realistisch is. De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.
2.9.
De deskundige heeft aan de rechtbank meegedeeld dat op een eventuele werkzaamheid van hem als deskundige de “De Nieuwe Regeling (DNR) 2011” (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn. Deze algemene voorwaarden zouden van toepassing zijn in de verhouding tussen de deskundige en partijen. Daarom heeft de rechtbank partijen op voorhand verzocht met de algemene voorwaarden in te stemmen. Zij hebben bij te kennen gegeven de algemene voorwaarden te aanvaarden.
2.10.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd (artikel 194 Rv). Dit voorschot zal daarom door BLM Wegenbouw moeten worden betaald. De rechtbank wijst erop dat deze beslissing omtrent het voorschot niets zegt over de vraag welke partij uiteindelijk in de proceskosten wordt veroordeeld en dientengevolge de kosten van de deskundige moet dragen.
2.11.
De rechtbank wijst er verder op dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.12.
Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
in de zaak C/03/285571 / HAZA 20-599
2.13.
De rechtbank houdt in afwachting van de uitkomst van de hoofdzaak iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak aan.
3. De beslissing
De rechtbank
in de zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387:
3.1.
beveelt een onderzoek door de deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
- wat was ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden (september 2019) een marktconforme eenheidsprijs voor de werkzaamheden genoemd in bestekspost 143330, uitgaande van de uiteindelijk verwerkte hoeveelheid (115,02 ton)?
- zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
de heer ing. H.J. Asbroek,
correspondentieadres: postbus 19290
3501 DG Utrecht
telefoon: 030 23 43 222
e-mailadres: info@raadvanarbitrage.nl
het voorschot
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.445,00 inclusief btw,
3.4.
bepaalt dat BLM Wegenbouw het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat BLM Wegenbouw haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
3.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.8.
wijst de deskundige er op dat:
- -
de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- -
de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- -
de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
3.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
3.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
3.11.
wijst de deskundige er op dat:
- -
uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- -
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.13.
draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:
- -
als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken, of
- -
na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van BLM Wegenbouw op een termijn van vier weken,
3.14.
houdt iedere verdere beslissing aan.
in de zaak C/03/285571 / HAZA 20-599:
3.15.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T. Dohmen en in het openbaar uitgesproken doormr. I.M. Etman op 31 augustus 2022.2.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 31‑08‑2022
type: TD
Uitspraak 09‑02‑2022
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. De aannemer wil een werk na forse overschrijding van de verrekenhoeveelheden afrekenen tegen de in het bestek opgenomen verrekenprijzen. De rechtbank komt tot de conclusie dat in dit geval bij de in het bestek opgenomen (lage) hoeveelheden sprake is van een kennelijke fout van de opdrachtgever die voor de aannemer kenbaar moet zijn geweest. De aannemer had in overleg moeten treden over de uitvoering van de betreffende bestekspost toen duidelijk werd dat de in het bestek vermelde hoeveelheid fors zou worden overschreden. Partijen krijgen de gelegenheid om in onderling overleg gewijzigde verrekenprijzen overeen te komen.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 9 februari 2022
in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387 van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLM WEGENBOUW B.V.,
gevestigd te Wessem , gemeente Maasgouw ,
eiseres,
advocaat mr. C.M. van der Corput te 's-Hertogenbosch,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
gedaagden,
advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/03/285571 / HA ZA 20-599 van
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
eiseressen,
advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HASKONING DHV NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amersfoort ,
gedaagde,
advocaat mr. L.C. van den Berg te 's-Gravenhage.
Partijen worden hierna BLM Wegenbouw , de Gemeente Voerendaal, de Gemeente Simpelveld (en beide gemeenten samen: de Gemeenten) en Haskoning DHV genoemd.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure in zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387 blijkt uit:
- -
het vonnis in incident van 21 oktober 2020
- -
de conclusie van antwoord
- -
de spreekaantekeningen van partijen ten behoeve van de mondelinge behandeling
- -
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 18 november 2021
- -
de opmerkingen op het proces-verbaal van BLM Wegenbouw van 24 november 2021
- -
de brief van de rechtbank aan partijen van 3 december 2021.
1.2.
Tot slot is vonnis bepaald.
1.3.
Het verloop van de procedure in zaak C/03/285571 / HA ZA 20-599 blijkt uit:
- -
de dagvaarding met vier producties
- -
de conclusie van antwoord met drie producties
- -
de spreekaantekeningen van partijen ten behoeve van de mondelinge behandeling
- -
het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 18 november 2021
- -
de opmerkingen op het proces-verbaal van Haskoning DHV van 30 november 2021
- -
de brief van de rechtbank aan partijen van 3 december 2021.
1.4.
Tot slot is vonnis bepaald.
2. De feiten in beide procedures
2.1.
De Gemeenten hebben de opdracht voor het uitvoeren van het bestek ‘Groot Onderhoud Wegen 2019’ (hierna: het bestek) gezamenlijk aanbesteed. Het bestek is door Haskoning DHV opgesteld in opdracht van de Gemeenten. Haskoning DHV heeft ook de aanbestedingsprocedure begeleid en de Gemeenten geadviseerd ter zake de inschrijvingen.
2.2.
In het bestek zijn de Standaard RAW Bepalingen 2015 van toepassing verklaard. In de Standaard RAW Bepalingen 2015 is bepaald dat de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (hierna: de UAV 2012) van toepassing zijn voor zover daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken. In het bestek is bepaald dat in afwijking van paragraaf 49 lid 1 van de UAV 2012 de rechtbank Limburg bevoegd is om kennis te nemen van geschillen in verband met (de uitvoering van) het bestek.
2.3.
BLM Wegenbouw heeft op de aanbesteding ingeschreven en uiteindelijk is aan haar de opdracht verleend om het bestek uit te voeren. De totale aanneemsom voor de uitvoering van het bestek bedroeg € 524.650,00 exclusief btw. Daarvan zag een bedrag van € 388.573,92 op werkzaamheden voor de Gemeente Voerendaal en een bedrag van € 136.076,08 op werkzaamheden voor de Gemeente Simpelveld.
2.4.
In het bestek zijn onder meer de besteksposten 143330, 143430 en 143530 opgenomen, betreffende het aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbeton. De omschrijvingen van deze besteksposten luiden als volgt:
Besteks-post-nummer | Omschrijving | Eenheid | Hoeveelheid resultaatsverplichting | |
143330 (…) | Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbeton. Totaal tot 1000 m2 Situering: Hoeveelhedenstaat Betreft: asfalt in gefreesde vakken, conform bestekspost 143310 (…) | ton | 4,90 | V |
143430 (…) | Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbeton. Totaal tot 1000 m2 Situering: Hoeveelhedenstaat Betreft: asfalt in gefreesde vakken, conform bestekspost 143410 (…) | ton | 158,10 | V |
143530 | Aanbrengen van een tussenlaag van asfaltbeton. Totaal tot 1000 m2 Situering: Hoeveelhedenstaat Betreft: asfalt in gefreesde vakken, conform bestekspost 143510 | ton | 22,40 | V |
2.5.
Uit de verwijzingen naar de andere besteksposten (met nummers 143310, 143410 en 143510) blijkt dat bestekspost 143330 ziet op wegbreedtes tot 1,00 meter, bestekspost 143430 ziet op wegbreedtes tussen 1,00 en 2,50 meter en bestekspost 143530 ziet op wegbreedtes van meer dan 2,50 meter.
2.6.
BLM Wegenbouw heeft op post 143330 (wegbreedtes tot 1,00 meter) ingeschreven met een eenheidsprijs van € 978,00 per ton.
2.7.
De hoeveelhedenstaat die bij de besteksomschrijvingen is genoemd, is bij het bestek gevoegd als bijlage 7 en bevat een opgave van de verschillende te frezen vakken waar de tussenlaag van asfaltbeton aangebracht moest worden. Daarop zijn ook de afmetingen en de hoeveelheid vierkante meters per vak opgenomen.
2.8.
BLM Wegenbouw heeft bij de uitvoering van het bestek meer asfaltbeton aangebracht dan de hoeveelheid die is vermeld in het bestek.
2.9.
Haskoning DHV heeft in opdracht van de Gemeenten directie gevoerd tijdens de uitvoering van het bestek.
2.10.
BLM Wegenbouw heeft voor de uitvoering van het bestek en bijkomend meerwerk declaraties verstuurd voor een totaalbedrag van € 779.058,98 exclusief btw. De Gemeenten hebben daarvan € 600.000,00 exclusief btw voldaan.
2.11.
De Gemeenten hebben Haskoning DHV na daartoe verkregen toestemming in vrijwaring opgeroepen.
3. Het geschil
in zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387
3.1.
BLM Wegenbouw vordert samengevat – hoofdelijke veroordeling van de Gemeenten tot betaling van € 179.058,98, te vermeerderen met btw, wettelijke handelsrente en proceskosten.
3.2.
Aan die vordering heeft BLM Wegenbouw ten grondslag gelegd dat zij met de Gemeenten een eenheidsprijs van € 978,00 per ton is overeengekomen voor bestekspost 143330, dat bij die bestekspost een verrekenbare hoeveelheid is opgenomen en dat uiteindelijk meer asfaltbeton is verwerkt dan de in het bestek opgenomen hoeveelheid. In plaats van de in het bestek genoemde 4,90 ton is namelijk 115,02 ton asfaltbeton aangebracht bij wegbreedtes tot 1,00 meter. Omdat sprake is van verrekenbare bestekshoeveelheden, heeft BLM Wegenbouw recht op vergoeding van de daadwerkelijk uitgevoerde hoeveelheden conform de overeengekomen eenheidsprijs.
3.3.
De Gemeenten voeren verweer. Daarop wordt bij de beoordeling nader ingegaan.
in zaak C/03/285571 / HA ZA 20-599
3.4.
De Gemeenten vorderen - samengevat - dat Haskoning DHV wordt veroordeeld om aan de Gemeenten te betalen al hetgeen waartoe de Gemeenten in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van Haskoning DHV in de kosten van de vrijwaring.
3.5.
Aan die vordering leggen de Gemeenten ten grondslag dat tussen de Gemeenten en Haskoning DHV een overeenkomst van opdracht bestond en dat die door Haskoning DHV onjuist is uitgevoerd terzake het begeleiden van de aanbestedingsprocedure en het houden van toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
3.6.
Haskoning DHV voert verweer. Daarop wordt bij de beoordeling nader ingegaan.
4. De beoordeling
in zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387
4.1.
Het door BLM Wegenbouw gevorderde bedrag is het verschil tussen het door de Gemeenten betaalde bedrag van € 600.000,00 exclusief btw en de door BLM Wegenbouw opgestelde eindafrekening ten bedrage van € 779.058,98 exclusief btw. In deze procedure heeft BLM Wegenbouw slechts gesteld dat zij recht heeft op vergoeding van de daadwerkelijk uitgevoerde hoeveelheden voor bestekspost 143330 voor zover dit meer is dan de in het bestek opgenomen hoeveelheid. Uiteindelijk gaat het daarbij volgens BLM Wegenbouw om een hoeveelheid van 99,02 ton die nog niet is vergoed. Deze hoeveelheid moet volgens BLM Wegenbouw worden vergoed tegen de overeengekomen eenheidsprijs van € 978,00 per ton. Dat komt neer op een bedrag van € 96.841,56 exclusief btw. Voor zover meer dan dat bedrag is gevorderd, heeft BLM Wegenbouw haar vordering niet toegelicht en in zoverre niet voldaan aan de op haar rustende stelplicht. De vordering van BLM Wegenbouw moet daarom hoe dan ook worden afgewezen voor het meerdere boven € 96.841,56 exclusief btw.
Het beroep op paragraaf 38 lid 2 van de UAV 2012
4.2.
De rechtbank ziet aanleiding om eerst het subsidiaire verweer van de Gemeenten te beoordelen. Dat verweer houdt een beroep op paragraaf 38 lid 2 van de UAV 2012 in. Paragraaf 38 lid 2 van de UAV 2012 ziet op geschatte hoeveelheden.
4.3.
Achter de hoeveelheid bij bestekspost 143330 is ‘V’ vermeld. Dit betekent dat sprake is van een verrekenbare hoeveelheid als bedoeld in paragraaf 38 lid 1 van de UAV 2012. Paragraaf 02 van het bestek vermeldt daarover immers het volgende:
“Door een ‘V’ is aangegeven dat de daarop betrekking hebbende hoeveelheid resultaatsverplichting een verrekenbare hoeveelheid betreft als bedoeld in paragraaf 38 lid 1 van de UAV 2012. Afwijkingen worden verrekend overeenkomstig paragraaf 39 van de UAV 2012 met inachtneming van paragraaf 01.03 van de Standaard.”
4.4.
Het beroep op paragraaf 38 lid 2 van de UAV 2012 kan dus niet slagen, omdat de bewuste bepaling op geschatte hoeveelheden ziet en niet op verrekenbare hoeveelheden zoals hier aan de orde.
Het beroep op paragraaf 39 van de UAV 2012
4.5.
BLM Wegenbouw wil de door haar voor bestekspost 143330 uitgevoerde werkzaamheden die de in het bestek opgenomen hoeveelheid overschrijden, afrekenen tegen de voor die post overeengekomen prijs. Daarbij doet zij een beroep op paragraaf 39 lid 1 van de UAV 2012.
4.6.
De Gemeenten stellen zich op het standpunt dat BLM Wegenbouw bij de uitvoering van de werkzaamheden had moeten waarschuwen voor een aanzienlijke overschrijding van de in het bestek opgenomen hoeveelheid. De Gemeenten doen daarbij een beroep op de prijsaanpassingsmogelijkheid die paragraaf 39 lid 2 van de UAV 2012 biedt.
4.7.
Paragraaf 39 lid 1 van de UAV 2012 geeft recht op verrekening van de afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden conform de overeengekomen prijs als de in het bestek opgenomen hoeveelheden te hoog of te laag blijken te zijn om het werk overeenkomstig de bepalingen van het bestek of de aard van het werk tot stand te brengen. Hierop maakt paragraaf 39 lid 2 van de UAV 2012 een uitzondering voor overschrijdingen van de in het bestek opgenomen hoeveelheden met meer dan 10%. In die gevallen zal een gewijzigde verrekenprijs tussen de opdrachtgever en de aannemer worden overeengekomen als de verrekenprijs te laag of te hoog blijkt te zijn.
4.8.
Op grond van lid 1 van paragraaf 39 van de UAV 2012 hoeven partijen dus in beginsel niet telkens met elkaar in overleg te treden bij wijzigingen van verrekenbare hoeveelheden. De ratio daarachter is dat een opdrachtgever die verrekenbare hoeveelheden in het bestek opneemt, zich er - in de regel - van bewust zal zijn dat de genoemde hoeveelheden kunnen worden overschreden om het werk te kunnen voltooien. Anderzijds zal de opdrachtnemer die inschrijft op een dergelijk werk zich er (wederom: in de regel) van bewust zijn dat de hoeveelheden te hoog kunnen zijn.
4.9.
Paragraaf 39 lid 2 van de UAV 2012 beoogt echter zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer te beschermen tegen onverwachte, forse financiële gevolgen van grote afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden. Paragraaf 39 van de UAV 2012 beoogt dan ook de uitvoering van de overeenkomst te goeder trouw te bevorderen.1.Ook in het algemeen moeten partijen op grond van de redelijkheid en billijkheid bij de uitvoering van de overeenkomst rekening houden met elkaars belangen.2.Dit betekent dat verrekenbare hoeveelheden niet te allen tijde en zonder meer tegen de overeengekomen verrekenprijs kunnen worden afgerekend. In een situatie waarin duidelijk is dat een van de partijen geen rekening heeft gehouden met de forse financiële gevolgen van onverkorte toepassing van de overeengekomen verrekenprijs, kan de andere partij gehouden zijn om uit zichzelf in overleg te treden over de verdere uitvoering van het werk.
4.10.
Tussen partijen staat vast dat BLM Wegenbouw uiteindelijk 115,02 ton asfaltbeton heeft aangebracht bij wegbreedtes van minder dan 1,00 meter. De verrekenbare hoeveelheid die bij de toepasselijke bestekspost (nummer 143330) is opgenomen, is 4,90 ton. De overschrijding van die hoeveelheid bedraagt dus 110,12 ton, oftewel bijna 2.250%.
4.11.
Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat in ieder geval voor BLM Wegenbouw al in een vroeg stadium duidelijk was dat de in het bestek vermelde hoeveelheid veel te laag was om de opgedragen werkzaamheden volledig te kunnen uitvoeren. Op grond van de oppervlaktes die in bijlage 7 bij het bestek zijn genoemd, kon volgens BLM Wegenbouw namelijk met een eenvoudige rekensom worden berekend dat de te verwerken hoeveelheid asfaltbeton vele malen meer zou zijn dan de hoeveelheid die bij bestekspost 143330 is vermeld. Bovendien was al in de eerste week van de uitvoering van de werkzaamheden circa twee keer zo veel asfaltbeton verwerkt als vermeld bij bestekspost 143330.
4.12.
Gelet op de kennelijke onjuistheid in het bestek en het bewustzijn daarvan bij BLM Wegenbouw , mocht BLM Wegenbouw niet redelijkerwijs verwachten dat zij zonder meer mocht afrekenen tegen de oorspronkelijke verrekenprijs, wetende dat dit zou resulteren in forse financiële gevolgen voor de Gemeenten. Het had op de weg gelegen van BLM Wegenbouw om in ieder geval na de eerste week van de uitvoering in overleg te treden met de Gemeenten over de verdere uitvoering van bestekspost 143330 en de financiële consequenties daarvan voor partijen. Door dit niet te doen, heeft BLM Wegenbouw de Gemeenten de mogelijkheid ontnomen om samen met BLM Wegenbouw een gewijzigde verrekenprijs overeen te komen dan wel om wijzigingen in het bestek aan te brengen (bijvoorbeeld door een deel van de werkzaamheden te laten vervallen).
4.13.
Dat in het bestek (bepaling 01.03.03.04 op bladzijde 47 van het bestek) is opgemerkt dat alleen bij gewijzigde marktprijzen sprake kan zijn van een prijsaanpassing, maakt het voorgaande niet anders. Bij die bepaling is namelijk verwezen naar uitspraken van de Raad van Arbitrage die zien op de specifieke situatie dat bewust een te hoge of te lage prijs is overeengekomen. Dat is hier juist niet aan de orde.
4.14.
De Gemeenten dienen in de toestand te worden gebracht waarin zij zouden hebben verkeerd als BLM Wegenbouw wel met hen in overleg was getreden. De rechtbank gaat ervan uit dat de werkzaamheden voor bestekspost 143330 na dat overleg op enig moment alsnog zouden zijn uitgevoerd door BLM Wegenbouw (als partijen tot overeenstemming waren gekomen over de gewijzigde prijs) of door een andere partij (als het overleg niet tot overeenstemming had geleid en de Gemeenten een deel van de werkzaamheden hadden laten vervallen). Dat betekent dat de overschrijding van bestekspost 143330 moet worden verrekend tegen marktconforme eenheidsprijzen zoals die ten tijde van de uitvoering van het werk golden. De Gemeenten zouden immers ook bij inschakeling van een andere partij een dergelijke marktconforme prijs hebben moeten betalen.
4.15.
De Gemeenten hebben gesteld dat de uitgevoerde werkzaamheden van bestekspost 143330 feitelijk vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van bestekspost 143430. Daarom zou de verrekenprijs die is overeengekomen voor bestekspost 143430 (voor wegbreedtes tussen 1,00 en 2,50 meter) ter hoogte van € 125,95 per ton, ook moeten gelden voor de verrekening van bestekspost 143330. BLM Wegenbouw heeft gemotiveerd betwist dat de werkzaamheden zodanig vergelijkbaar zijn dat daarvoor dezelfde verrekenprijs gehanteerd kan worden. De rechtbank kan de redenering van de Gemeenten niet volgen. Zo ziet bestekspost 143530 ook op asfaltverhardingen (voor wegbreedtes van meer dan 2,50 meter) en is voor die bestekspost weer een andere verrekenprijs overeengekomen (€ 142,25 per ton). Het ontgaat de rechtbank, zonder nadere toelichting - die ontbreekt -, waarom dan de verrekenprijs van bestekspost 143430 representatief zou zijn voor de werkzaamheden die in het kader van bestekspost 143330 zijn uitgevoerd.
4.16.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank voornemens om een deskundige in te schakelen en de vraag voor te leggen wat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden (september 2019) een marktconforme eenheidsprijs was voor de werkzaamheden genoemd in bestekspost 143330, uitgaande van de uiteindelijk verwerkte hoeveelheid (115,02 ton).
4.17.
Inschakeling van een deskundige brengt kosten met zich mee (die in dit geval door BLM Wegenbouw moeten worden voorgeschoten gelet op de hoofdregel van artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Aangezien partijen tijdens de mondelinge behandeling te kennen hebben gegeven open te staan voor een minnelijke regeling, zal de rechtbank partijen eerst in de gelegenheid stellen om overeenstemming te bereiken over het door de Gemeenten nog aan BLM Wegenbouw te betalen bedrag.
4.18.
Als partijen niet tot overeenstemming komen, kunnen zij dit op de hierna te noemen roldatum aan de rechtbank bij akte meedelen onder het opnieuw vragen van vonnis. Daarbij dienen zij zich ook uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over het voornemen om de in overweging 4.16 geformuleerde vraag aan de deskundige(n) te stellen. Als partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. Partijen kunnen zich tevens uitlaten over het maximaal acceptabele hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige(n).
4.19.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
in zaak C/03/285571 / HA ZA 20-599
4.20.
De rechtbank zal, gelet op wat hiervoor is overwogen in de hoofdzaak, iedere beslissing in de vrijwaringszaak aanhouden.
5. De beslissing
De rechtbank:
in zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387:
5.1.
stelt partijen in de gelegenheid om onderling te komen tot vaststelling van het door de Gemeenten aan BLM Wegenbouw nog te betalen bedrag;
5.2.
verwijst de zaak naar de rol van 23 maart 2022 voor akte uitlating doorhaling dan wel uitlating benoeming deskundige;
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan;
in zaak C/03/285571 / HA ZA 20-599:
5.4.
verwijst de zaak naar de rol van 23 maart 2022 voor akte uitlating voortprocederen zijdens de Gemeenten,
5.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2022.3.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 09‑02‑2022
Uitspraak 21‑10‑2020
Inhoudsindicatie
Incident vrijwaring toestaan.
Partij(en)
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387
Vonnis in incident bij vervroeging van 21 oktober 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLM WEGENBOUW B.V.,
gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. C.M. van der Corput,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
gedaagden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck.
Partijen zullen hierna BLM en de Gemeenten genoemd worden.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
de dagvaarding met producties 1 t/m 12
- -
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 3
- -
de incidentele conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1.
BLM vordert voor zover hier van belang de Gemeenten hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal € 216.661,37, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de overeenkomst van aanneming.
2.2.
De Gemeenten vorderen dat hen wordt toegestaan Haskoning DHV Nederland B.V. (hierna: Haskoning) in vrijwaring op te roepen. De Gemeenten hebben de begeleiding bij de aanbestedingsprocedure, de gunning, het opmaken van de overeenkomst van aanneming en het toezicht tijdens het werk uitbesteed aan Haskoning. De Gemeenten stellen dat Haskoning fouten heeft gemaakt die lijden tot schadeplichtigheid.
2.3.
BLM refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.5.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1.
staat toe dat Haskoning DHV Nederland B.V. door de Gemeenten worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 2 december 2020,
3.2.
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2020 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.1.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 21‑10‑2020
type: AHcoll: