NJB 2026/705
Een stichting beheert het vermogen van een ontbonden kerkgenootschap. In een doeluitbreidingsprocedure verzoekt de stichting met succes wijziging van haar statuten. Een derde dient een verzoek tot herroeping in op grond van bedrog. De rechtbank overweegt dat de derde niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de doeluitbreidingsprocedure en wijst het verzoek om herroeping af. Hoge Raad: 1. Herroeping. Partij. Een uitspraak kan uitsluitend worden herroepen op verzoek van een partij die in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herroeping wordt verzocht verzoeker of een al dan niet verschenen belanghebbende was. 2. Taak rechter. Het behoort tot de taak van de rechter om zich binnen redelijke grenzen ambtshalve erop toe te leggen dat allen die vermoedelijk belanghebbende zijn in de gelegenheid worden gesteld zich bij de behandeling van een verzoek te laten horen. 3. Belanghebbende. Het antwoord op de vraag of iemand belanghebbende is, moet worden afgeleid uit de aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen. Daarbij speelt een rol in hoeverre deze persoon door de uitkomst van de desbetreffende procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat deze daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang, of in hoeverre deze anderszins zo nauw betrokken is of is geweest bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. 4. Toepassing. Met haar oordeel dat de derde geen belanghebbende is, heeft de rechtbank hetzij blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij haar oordeel onvoldoende gemotiveerd.
HR 27-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:516
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 maart 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/01449
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:516, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1287, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑04‑2024
- Wetingang
(art. 382, 383, 390, 391 Rv; art. 2:294 BW)
Essentie
Een stichting beheert het vermogen van een ontbonden kerkgenootschap. In een doeluitbreidingsprocedure verzoekt de stichting met succes wijziging van haar statuten. Een derde dient een verzoek tot herroeping in op grond van bedrog. De rechtbank overweegt dat de derde niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de doeluitbreidingsprocedure en wijst het verzoek om herroeping af. Hoge Raad: 1. Herroeping. Partij. Een uitspraak kan uitsluitend worden herroepen op verzoek van een partij die in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herroeping wordt verzocht verzoeker of een al dan niet verschenen belanghebbende was. 2. Taak rechter. Het behoort ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.