De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/2.4:2.4 Typen van enquêtes
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/2.4
2.4 Typen van enquêtes
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS374587:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hermans (2003), p. 115-119.
Zie ook Van Solinge (2017), p. 491.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 729. Zie ook hoofdstuk 10.
Voorzitter OK 28 juni 2016, ARO 2016/160 (Best Green), r.o. 2.3. Zie ook Voorzitter OK 6 november 2013, JOR 2014/7 (Ageas), r.o. 2.4.
Zie hierover Van Solinge (2017), p. 492, die meent dat de beschikking van de voorzitter van de OK wel te beschouwen is als een uitbreiding van de doeleinden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het verlengde van de doeleinden van het enquêterecht die de Hoge Raad in Ogem formuleert, kan de enquêteprocedure op verschillende manieren getypeerd worden. Bekend is de indeling van Hermans. Hij onderscheidt drie typen van enquêtes.1
De curatieve enquête richt zich op de sanering en het herstel van de gezonde verhoudingen binnen de vennootschap en haar onderneming door het treffen van maatregelen van reorganisatorische aard. Het gaat daarbij vaak om een impasse in besloten verhoudingen. Daarnaast kan men denken aan gevallen waarin sprake is van een conflict of vertrouwensbreuk tussen de organen van de vennootschap. Met een curatieve enquête beogen de verzoekers de patstelling te doorbreken of de onderlinge verhoudingen te herstellen, hetzij doordat de OK voorzieningen treft, hetzij doordat een schikking tot stand komt onder druk van het onderzoek en een mogelijk daaruit voortvloeiend oordeel wanbeleid. In een curatieve enquête zal het onderzoek zich doorgaans over een langere periode uitstrekken en slechts betrekking hebben op dat deel van het beleid en de gang van zaken waardoor de impasse of de vertrouwensbreuk is ontstaan.
In de antagonistische enquête staan de partijen lijnrecht tegenover elkaar. Dit type enquête is in opkomst sinds de OK over de mogelijkheid beschikt om onmiddellijke voorzieningen te treffen. Nu staat niet zozeer het belang van de vennootschap en een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken centraal, als wel de belangen van de betrokken partijen. Het betreft situaties waarin op korte termijn een ordemaatregel nodig is. Bij dit type enquête fungeert de OK met name als een soort kortgedingrechter. Kenmerkend van de antagonistische enquête is dat het geschil tot een einde komt als gevolg van de getroffen onmiddellijke voorzieningen. De onderzoeksopdracht en -periode zijn meestal beperkt. In veel gevallen vindt het onderzoek uiteindelijk geheel niet plaats omdat de aanwijzing van de persoon van de onderzoeker achterwege blijft totdat een van de partijen daarom verzoekt.2
De inquisitoire enquête tot slot, is gericht op het bieden van openheid van zaken en het vaststellen bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor het mogelijk blijkend wanbeleid. Vaak zal het gaan om (bijna) failliete vennootschappen. In dit soort situaties heeft de enquête logischerwijze een sterk inquisitoir karakter. De onderzoeksopdracht is derhalve ruim en beslaat doorgaans een lange periode. Het openbaar belang is bij de inquisitoire enquête eerder gemoeid dan bij de andere twee typen enquêtes, zodat mogelijk de A-G (mede-)verzoeker is in de procedure.3
Een recente uitspraak van de voorzitter van de OK lijkt aan de inquisitoire enquête een nieuwe impuls te geven, waar hij overweegt:
“De mogelijkheid om de rechtspersoon en diegenen die verantwoordelijk zijn voor eventueel wanbeleid in rechte aan te spreken tot vergoeding van schade ligt in het verlengde van een van de doeleinden van het enquêterecht: het verkrijgen van opening van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid.”4
In de visie van de OK ligt een aansprakelijkstelling aldus rechtstreeks in het verlengde van de doeleinden van de enquêteprocedure. Daarmee is echter niet gezegd dat bewijsvergaring met het oog op het onderzoeken van de slagingskans van een aansprakelijkheidsprocedure nu tot de expliciete doeleinden van het enquêterecht behoort.5