HR, 02-07-2024, nr. 23/02225
ECLI:NL:HR:2024:947
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
02-07-2024
- Zaaknummer
23/02225
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:947, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2023:1181
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:448
- Vindplaatsen
Uitspraak 02‑07‑2024
Inhoudsindicatie
Doodslag door in 2020 in centrum van Haarlem bij verkoop van drugs de koper van zeer dichtbij in zijn buik te schieten, art. 287 Sr. 1. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op doden van slachtoffer? 2. Noodweer, proportionaliteitseis. 3. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. 4. Putatief noodweer. 5. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf van 8 jaren tot 7 jaren en 11 maanden? HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02225
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 mei 2023, nummer 23-002936-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.I. Takens en T.P.A.M. Wouters, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.