NJ 1919, p. 368
Regeling van rechtsgebied. Bevoegdheid van den militairen Rechter.
HR 17-02-1919, ECLI:NL:HR:1919:142
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 februari 1919
- Magistraten
Voorzitter: Mr. S. Gratama. Raden: Mrs. A. J. L. Nijpels, A. Fentener van Vlissingen, A. P. L. Nelissen en Jhr. L. C, J. A. van Meeuwen.
- Zaaknummer
[17021919/NJ_1919,_p._368]
- Conclusie
Mr. Ledeboer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Militair strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1919:142, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑02‑1919
- Wetingang
(Crimineel Wetboek voor het Krijgsvolk te Lande art. 14.)
Essentie
Regeling van rechtsgebied. Bevoegdheid van den militairen Rechter.
Samenvatting
De Rechtb., die aanvankelijk tegen een militair en een burger rechtsingang met bevel tot instructie verleend had terzake van tezamen en in vereeniging begane diefstallen, verwees, op grond dat uit de instructie wel voldoende bezwaren waren voortgevloeid dat de burger 2 diefstallen had gepleegd doch niet dat dit was geschied tezamen en in vereeniging met den militair, den burger t. a. v. die diefstallen naar de terechtzitting, doch stelde hem buiten vervolging t. a. v. de verzwarende omstandigheid, dat hij die misdrijven in vereeniging met den militair zou hebben begaan. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.