Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.1:II.A.1. Een eerste verkenning
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.1
II.A.1. Een eerste verkenning
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402683:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie MvA 3771, Parl. Gesch.Vast. Boek 4, p. 846.Voorts wordt in MvA I 3771, Parl. Gesch.Vast. Boek 4, p. 867 verwezen naar het Rapport van de Commissie Erfrecht II, p. 219 waar gesproken wordt van: 'een opdracht van erflater'. Zie ook Parl. Gesch.Vast. Boek 4, p. 830.
Was dit een van zijn 'Zwitserse'gedachten?
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat ik respectievelijk ingegaan ben op het oude erfrecht, het Duitse erfrecht, het Belgische erfrecht, het Zwitserse en het nog zeer prille Franse erfrecht is het tijd om stil te staan bij de aard van de executeur onder het 'nieuwe' erfrecht, en wel bij 'der Normalfall': de 'beheersexecuteur', de executeur volgens de basisregeling van Afdeling 6, titel 5' van het nieuwe Boek 4.
Welke aanknopingspunten zijn in de modelregeling van de wet te vinden om de aard van de'beheersexecuteur' vast te stellen?
De volgende elementen zouden, met in het achterhoofd de hiervoor reeds voorbij gekomen (rechtsvergelijkende) gedachten, ons een aanwijzing kunnen geven:
Art. 4:150 BW spreekt van: 'De executeur die zijn taak, met het oog waarop hem het beheer was opgedragen, heeft volbracht, [...].' De term'taak' komen we onder meer ook tegen in art. 4:145 BW. In art. 4:146 BW lezen we dat de executeur belast is met het beheer van de nalatenschap. In de parlementaire geschiedenis1 wordt gesproken van de 'wettelijke opdracht' van de executeur. In het ontwerp Meijers2 werd, in art. 4.4.6.3 lid 1, zelfs de aard van de beschikking, althans zo leek het, met zoveel woorden in de wet opgenomen: 'Tenzij de erflater de executeur een beperktere taak heeft opgedragen.'
In art. 4:145 lid 2 BW doet de wetgever ons de belangrijke mededeling: 'Gedurende zijn beheer vertegenwoordigt hij bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte.'
Art. 4:143 BW bepaalt dat men executeur wordt dooraanvaardingvan zijn benoeming na het overlijden van erflater.
Onder omstandigheden treedt de executeur in overleg met de erfgenamen en heeft hij voor bepaalde handelingen, zelfs de toestemming van de erfgenamen nodig. Erflater kan blijkens de leden 2 en 3 van art. 147 BW de invloed van de erfgenamen op het handelen van de executeur verzwakken of versterken.
De autonome wil van erflater is derhalve van belang.
Erflater benoemt de executeur blijkens art. 4:142 BW bij 'uiterste wilsbeschikking'.
Er dient blijkens art. 4:151 BW 'rekening en verantwoording' afgelegdte worden.
Men kan blijkens art. 4:144 BW de verplichtingen van erflater uitbreiden met testamentaire 'lasten'.
De executeur moet op grondvan art. 4:148 BW aan de erfgenamen alle gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak geven.
Art. 4:142 lid2 BW spreekt net als bij de rechtsfiguur opdracht van 'verrichten' van 'werkzaamheden'.
Dat wat betreft de modelregeling in'enge' zin.
Voorts meldt art. 4:130 lid 2 BW: 'Een testamentaire last kan ook opgelegd worden aan een executeur', en wordt er in art. 4:188 BW op gewezen dat in een verklaring van erfrecht vermelddient te worden, dat al dan niet het beheer van de nalatenschap aan executeurs is opgedragen.
Een van de elementen (letter e) is de uiterste wilsbeschikking. Door stil te staan bij de aard van de uiterste wilsbeschikking naar nieuw erfrecht kunnen wij wellicht ook meer te weten komen over de aard van executele. Zeker nu in het nieuwe Boek 4 'met zoveel woorden' gecodificeerd is wat een 'uiterste wilsbeschikking' is.3
Voorts is in de inleiding reeds kort aan de orde geweest dat rechtshistorisch gezien de ontwikkeling van het 'testament' en de ontwikkeling van executele handin handgegaan zijn en deze rechtsfiguren derhalve onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Reden temeer om het eerst aan het element 'uiterste wilsbeschikking' aandacht te besteden. Dit betreft immers de belangrijkste inbreng aan de aard van de rechtsverhouding: 'de wil'vanerflater.