Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.1.0:8.1.0 Inleiding
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.1.0
8.1.0 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466470:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook alinea 29 hiervoor.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1075. Inleiding. Uit het onderzoek bleek dat het beginsel van nationale behandeling zowel een conflictregel als een vreemdelingenrechtelijke regel bevat, alsook dat deze (statutistische) conflictregel kan worden geconverteerd in een (Savigniaanse) lex loci protectionis-verwijzingsregel. Een en ander geeft aanleiding tot de uitdagende — en wellicht overmoedige — gedachte om de desbetreffende bepalingen van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs op een hedendaagse, Savigniaanse leest te herformuleren. Dat is met name een intellectuele uitdaging, want de kans dat een herformulering van de verdragsteksten ook werkelijk zou plaatsvinden lijkt miniem. Hoe dan ook, in deze par. 8.1 is een poging tot herformulering gedaan, waarbij de focus — zoals steeds — is gelegd op de complexere Berner Conventie.1 Getracht is om geen betekenisverschil met de oorspronkelijke verdragen te laten ontstaan: het gaat tenslotte om een herformulering. Niettemin is er op enkele kleine punten, die duidelijk van ondergeschikt belang zijn, sprake van een betekenisverschil; dit wordt dan vermeld. Er zijn slechts twee substantiële inhoudelijke afwijkingen van de oorspronkelijke verdragen, namelijk (i) het ecarteren van de formele-territorialiteitscomponent uit de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling; en (ii) het omzetten van de overgebleven materieel-territoriale conflictregel in een Savigniaanse lex loci protectionis-verwijzing. Deze afwijkingen zijn, zoals wij in par. 5.3.1 en par. 5.3.2. uitvoerig hebben onderzocht, toegelaten.