Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/5.4.3
5.4.3 Niet opgeheven wetssystematische tekorten
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS361003:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1980/81, 16 800, nr. 3, p. 8-10. Zie in dit verband ook Van den Berg, Milieurecht voor stoffen en produkten 1992, p. 195-196. Van den Berg noemt het juridische instrumentarium voor het stoffen- en produktenbeleid zeer breed. Hij onderscheid daarbij fysieke regulering (zoals de Wms), financiële instrumenten en civielrechtelijke mogelijkheden. Aan mogelijkheden tot fysieke regulering van stoffen en produkten heeft de milieuwetgeving geen gebrek, aldus Van den Berg.
Op 17 oktober 2007 vervallen met de inwerkingtreding van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden(Stb. 2007, 125 en 386). Zie art.139 Wgb.
Op 1 juli 2007 vervallen met de inwerkingtreding van de Geneesmiddelenwet (Stb. 2007, 93 en 227). Zie art. 132 van die wet.
Op 1 januari 1983 vervallen met inwerkingtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (art. 46 lid 1Arbeidsomstandighedenwet, St. 1980, 664).
Op 1 augustus 1995 vervallen met de inwerkingtreding van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen(Stb. 1995, 525 en Stb. 1996, 297). Zie art. 51 van die wet.
Art. V van de Wet van 2 juli 1992, tot uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (afvalstoffen), Stb. 1993, 283 en 769.
Op 1 maart 1993 (Stb. 1993, 59) vervallen met inwerkingtreding van de Wet milieubeheer (art. XVIII Wet van 2 juli 1992, Stb. 1992, 414, tot uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (vergunningen en algemene regels voor inrichtingen; procedures voor vergunningen en ontheffingen; handhaving).
Kamerstukken II 1980/81, 16 800, nr. 3, p. 10-11.
Art. 22.1 lid 4 (oud) Wm.
Art. 22.1 lid 5 (oud) Wm.
Art. 22.1 lid 6 (oud) Wm.
Art. 22.1 lid 7 (oud) Wm.
Hiervoor is aangegeven dat de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer op 1 juni 2008 het wetssystematisch tekort heeft opgeheven dat op 1 juni 2007 was ontstaan als gevolg van het feit dat regels inzake stoffen werden opgenomen in de Wet milieubeheer.
Dat wil echter niet zeggen, dat daarmee ook de wetssystematische tekorten zijn opgeheven, die op 31 mei 2007 reeds bestonden omdat een (groot) aantal regels inzake stoffen niet waren opgenomen in het wetssysteem van de Wms. Aan die situatie heeft de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer immers niets veranderd.
In de memorie van toelichting bij de Wms is een kort overzicht gegeven van de wetten waarin in enige vorm een (gedeeltelijke) regeling was gegeven van de bescherming van mens en milieu tegen de mogelijke gevaren van chemische stoffen:1
wetten gericht op stoffen en producten. Als expliciet stofgerichte wetten worden genoemd de Bestrijdingsmiddelenwet,2 de Wet op de geneesmiddelenvoorziening3 en enige besluiten op grond van de Warenwet;
wetten die een onderdeel van de levensloop van een stof betreffen. De hierboven genoemde wetgeving is volgens de regering vooral gericht op de risico's die stoffen vanaf het moment van hun toepassing opleveren. Er zijn enkele wetten die nog nadrukkelijker betrekking hebben op bepaalde fasen in het leven van een stof: de Veiligheidswet4 (op het gebruik van stoffen in de arbeidssituatie), de Wet gevaarlijke stoffen5 (op het vervoer van gevaarlijke stoffen) en de - in 1994 vervallen6 -Wet chemische afvalstoffen (op stoffen in het afvalstadium);
wetten gericht op één milieucompartiment. Een aantal wetten is bedoeld om lozingen van (milieugevaarlijke) stoffen in één bepaald milieucompartiment tegen te gaan. Genoemd worden de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren7 en de Wet verontreiniging zeewater;8
andere wetten, zoals de Hinderwet9 en de Kernenergiewet.
Volgens de regering bestrijkt de genoemde wetgeving velerlei terreinen, maar kan niet worden gesproken van een samenhangend systeem van wetten dat de gevaren voor mens en milieu die chemische stoffen kunnen veroorzaken dekt. Geen van deze wetten biedt voldoende grondslag voor een samenhangend beleid gericht op het tegengaan van de ongecontroleerde blootstelling van mens en milieu aan chemische stoffen in het algemeen, en alle tezamen zijn ze dat evenmin.' Volgens de regering is er daarom behoefte aan een Wms die het mogelijk maakt inzicht te krijgen in de gevaren van stoffen voor mens en milieu, en wel voordat deze stoffen een aanzienlijke verspreiding hebben gekregen. De Wms moet het ook mogelijk maken de gevaren integraal aan te pakken. De regering realiseert zich dat een dergelijk breed opgezette' Wms onvermijdelijk een aantal raakvlakken heeft' met de hiervoor besproken wetgeving.10 Interessant voor mijn onderzoek is, dat de regering hierin echter geen aanleiding ziet tot het beantwoorden van de wetssystematische vraag of de genoemde wetten geheel of gedeeltelijk een plaats zouden moeten krijgen in de Wms.
Het gaat het bestek van mijn onderzoek te buiten om zelf een antwoord te geven op die vraag. Feit is wel dat als sprake mocht zijn van wetssystematische tekorten, die door de integratie van de Wms in de Wet milieubeheer op 31 mei 2008 niet zijn opgeheven.
De wetgever heeft die mogelijke wetssystematische tekorten zelfs uitdrukkelijk in stand gelaten door de volgende leden toe te voegen aan artikel 22.1 Wm:
a. Titel 9.2 Wm en Titel 9.3 Wm zijn niet van toepassing op gedragingen, voor zover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de geneesmiddelenvoorziening, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 of de Diergeneesmiddelenwet.11
b. Titel 9.2 Wm laat het met betrekking tot stoffen of preparaten bij of krachtens de Kernenergiewet bepaalde onverlet.12
c. Titel 9.2 Wm is niet van toepassing op het vervoeren, het ten vervoer aanbieden en het ten vervoer aannemen, het laden en het lossen en het nederleggen tijdens het vervoer van stoffen, preparaten of micro-organismen, alsmede op het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich zodanige stoffen, preparaten of micro-organismen of resten daarvan bevinden, voor zover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet luchtvaart. In afwijking van de eerste volzin is titel 9.2 van toepassing met betrekking tot de verpakking van micro-organismen, zijnde genetisch gemodificeerde organismen, indien die organismen zich bij de handelingen, bedoeld in de eerste volzin, niet bevinden in een verpakking die voldoet aan de regels die ter zake zijn gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet luchtvaart.13
d. Krachtens Titel 9.2 Wm worden geen regels gesteld met betrekking tot het zich ontdoen van stoffen en preparaten door het brengen daarvan in oppervlaktewateren, voor zover in het stellen van zodanige regels is voorzien door het vaststellen van grenswaarden krachtens artikel 1a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of daarvoor een verbod geldt krachtens artikel 3 van de Wet verontreiniging zeewater.14
Deze bepalingen zijn per 1 januari 2012 mutatis mutandis15 nog steeds opgenomen in artikel 22.1 Wm.