Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/17.2.2
17.2.2 Artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414386:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/22.
HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, p. 89, r.o. 3; HvJ EG 19 februari 2002, zaak C-256/00, Besix/WABAG, Jur. 2002, p. 1-1699, NJ 2004, 159, r.o. 30 en 32.
HvJ EG 30 november 1976, zaak C-21/76, Bier/Mines de Potasse, Jur. 1976, p. 1735, NJ 1977, 494, r.o. 11; HvJ EG 1 oktober 2002, zaak C-167/00, VKI/Henkel, Jur. 2002, p. 1-8111, NJ 2005, 221, r.o. 46; HvJ EG 10 juni 2004, zaak C-168/02, ICronhofer/Maier, Jur. 2004, p. I- 6009, NJ 2006, 335, r.o. 15.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/35; HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/G5tz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445, r.o. 26; HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-4/03, GAT/LuK, Jur. 2006, p. 1-6509, r.o. 21.
HvJ EG 17 november 1998, zaak C-391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339.
HvJ EG 27 april 1999, zaak C-99/96, Mietz/Intership, Jur. 1999, p. 1-2277, NJ 2001, 90.
HvJ EG 17 november 1998, zaak C-391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339, r.o. 19 en HvJ EG 27 april 1999, zaak C-99/96, Mietz/Intership, Jur. 1999, p. 1-2777, NJ 2001, 90, r.o. 40.
HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, p. 89, NJ 1980, 511, r.o. 3 en 4.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 34.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-296/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3788, NJ 1999, 681, r.o. 28.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 50.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese IPR, p. 36; Kramer, VA 2006, p. 111.
RvK Antwerpen 19 november 1975, RW 1975-1976, p. 2226; CC 1 ere ch civ 19 december 1978, Clunet 1979, p. 366; Rb. Arnhem 13 juli 1989, NIPR 1991, 227; CA Parijs 10 oktober 1990, Rev Crit 1991, p. 605.
Balk, Forumkeuze, p. 19; Droz, Compétence Judiciaire, p. 128; Droz, Rev Crit 1974, p. 553; Gaudemet-Tallon, Clunet 1979, p. 373; Gaudemet - Tallon, Rev Crit 1991, p. 609; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 106; Huet, Clunet 1990, p. 152; Holleaux/Foyer/Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 800; Van Houtte/Pertegás Sender, Europese 1PR-Verdragen, p. 49; Jodlowski, Les Conventions relatives a la prorogation, p. 559; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 166 en 195; Laenens, TvP 1982, p. 265; RvK Antwerpen 19 november 1975, RW 1975-1976, p. 2226.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 49; Rb. Arnhem 13 juli 1989, NIPR 1991, 227.
HvJ EG 17 januari 1980, zaak 56/79, Zelger/Salinitri, Jur. 1980, p. 89, NJ 1980, 511, r.o. 4; HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 34; HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-296/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3788, NJ 1999, 681, r.o. 28; HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 50; Schockweiler, Civil Jurisdiction, p. 121; uitdrukkelijk ook AG Léger voor HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, par. 40; Droz, Compétence Judiciaire, p. 128; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 106; Van Houtte/Pertegás Sender, Europese 1PR-Verdragen, p. 50; Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 36; Holleaux/Foyer/Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 388, nr. 836.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 36.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castellettiffrumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 49 in combinatie met de derde prejudiciële vraag; AG Léger voor HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, CastellettifTrumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, par. 35 e.v.; AG Capotorti voor HvJ EG 9 november 1978, zaak 23/78, Meeth/Glacetal, Jur. 1978, p. 2133, NJ 1979, 538; Gothot/ Holleaux, La Convention, p. 106; Droz, Competence Judiciair, p. 128; anders: OLG Karlsruhe 30 december 1981, Serie D I-17.1.1-B 17; Corte di Cassazione 1 april 1985, Serie D I-17.1.1-B 22 die meent dat partijen slechts een gerecht van de woonplaats van één van de partijen kunnen kiezen.
Zie Hfdst. 14.
De tekst van de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag kent geen aanwijzing dat een band moet bestaan tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen gerecht. Ook anderszins vereist geen van de regels over directe bevoegdheid in de EEX-V° of het Verdrag een band met het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen gerecht. Een band met het forum heeft in de jurisprudentie van het Hof van Justitie wel ingang gevonden voor andere bepalingen. Het Hof van Justitie heeft over de ratio van art. 5 EEX-V°Nerdrag geoordeeld dat een band tussen het geschil en het forum dat op grond van deze bepaling van de vordering kennis neemt een rol speelt.1 Art. 5 sub 1 EEX-V°Nerdrag berust volgens het Hof van Justitie op het bestaan van een nauwe band tussen het geschil over de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt en de rechter.2 De bevoegdheidsregel van art. 5 sub 3 EEX-V°Nerdrag berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen het geschil over de verbintenis uit onrechtmatige daad en het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, zodat de bevoegdheid van dit gerecht wordt gerechtvaardigd door de eisen van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting.3 Het Hof van Justitie heeft voorts gewezen op de nauwe band tussen het geschil en het gerecht dat bevoegd is op grond van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag, omdat deze bepaling tot doel heeft de betrokken geschillen voor te behouden aan de gerechten die feitelijk nabij zijn en juridisch hiermee een nauwe band hebben.4 Deze band hangt samen met een goede rechtsbedeling.
De arresten Van Uden/Deco-Live5 en Mietz/Intership6 vereisen voor art. 31 EEX-V°/24 Verdrag onder omstandigheden een reële band, maar deze band behoeft niet aanwezig te zijn met het gekozen gerecht. Voor de toepasselijkheid van art. 31 EEX-V°/24 Verdrag moet een reële band bestaan tussen het voorwerp van een voorlopige of bewarende maatregel en de rechter indien de rechter zijn bevoegdheid baseert op territoriale criteria en het gerecht niet bevoegd is op grond van de art. 2 en 5 tot en met 24 EEX-V°/18 Verdrag.7 Neemt het gekozen gerecht voorlopige of bewarende maatregelen, dan behoeft een reële band dus niet te bestaan. De aangewezen rechter zal in een kort geding daarom niet de reële band onderzoeken tussen het geschil of de rechtsbetrekking en het gekozen gerecht. Een reële band dient daarentegen wel te bestaan, indien de verzoekende partij in geval van een exclusieve forumkeuze de gederogeerde rechter aanzoekt voor voorlopige of bewarende maatregelen.
Het Hof van Justitie lijkt impliciet het standpunt in te nemen dat geen band tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen forum behoeft te bestaan, hoewel het Hof van Justitie zich nog niet expliciet heeft uitgelaten over art. 23 EEX-V°/17 EEX. Ik wijs ten eerste op het arrest Zelger/Salinitri8 waarin het Hof van Justitie benadrukte dat art. 5 sub 1 EEX en art. 17 EEX op geheel verschillende concepten berusten en dat voor een forumkeuze geen objectieve samenhang behoeft te bestaan tussen de in het geding zijnde rechtsbetrekking en het aangewezen gerecht. Gezien de nadruk die het Hof van Justitie legt op de verschillen tussen art. 5 sub 1 EEX en art. 17 EEX en de overwegingen over art. 5 sub 1 EEX en art. 17 EEX, kan a contrario uit het arrest Zelger/Salinitri worden afgeleid dat voor een forumkeuze ex art. 23 EEX-V°/17 Verdrag een band tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen forum niet mag worden gesteld.
De afwezigheid van een band tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen forum lijkt ook te volgen uit het arrest MSG/Les Gravières,9 waarin het Hof van Justitie benadrukt dat in geval van een forumkeuze — anders dan bij art. 5 sub 1 EEX — geen enkel rechtstreeks verband bestaat tussen het geschil en het gerecht dat daarvan kennis dient te nemen. In de arresten van het Hof van Justitie Benincasa/ Dentalkit10 en Castelletti/Trumpy11 heeft het Hof van Justitie voorts overwogen dat art. 17 EEX een uitsluitende bevoegdheid invoert, los van elke objectieve samenhang tussen de litigieuze betrekking en het aangewezen gerecht. Hoewel niet duidelijk is wat het Hof van Justitie bedoelt met 'objectieve samenhang', lijkt dat te duiden op het ontbreken van enige feitelijke of juridische band met het gekozen forum.12 Wat het Hof van Justitie verstaat onder `litigieuze betrekking' is evenmin uit de arresten af te leiden, maar mijns inziens kan in ieder geval worden aangenomen dat het Hof van Justitie hieronder het geschil, de rechtsbetrekking en de partijen verstaat. Daarom kan ook op basis van de voornoemde arresten worden aangenomen dat het Hof van Justitie geen band tussen het geschil of de rechtsbetrekking en het gekozen forum vereist.
In de nationale rechtspraak komt een band tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen forum zelden ter sprake. De nationale rechtspraak is in dit opzicht schaars en stelt het vereiste van een band met het gekozen forum niet.13
Gezien de afwezigheid van enige aanwijzing voor een band met het gekozen forum in de tekst van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, het ontbreken van enige aanwijzing in de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de nationale rechtspraak dat een band met het gekozen forum een rol zou spelen en de aanwijzingen voor het tegendeel in de hierboven genoemde arresten van het Hof van Justitie, behoeft geen band tussen het geschil en het gekozen forum te bestaan.14 Dat zou mijns inziens ook niet passen in het systeem van EEX-V°Nerdrag. De EEX-V° en het Verdrag gaan uit van een gesloten of bindend systeem van internationale bevoegdheid waarmee een open criterium als een 'band' tussen geschil en het gekozen forum moeilijk te rijmen valt.15 Het zou eveneens indruisen tegen het uitgangspunt van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, namelijk de partijautonomie.
Een band tussen de rechtsbetrekking en het gekozen forum behoeft evenmin te bestaan.16 Partijen zijn autonoom in hun keuze om voor hun rechtsbetrekking naar eigen inzicht een bevoegd gerecht aan te wijzen. Partijen kunnen bijv. goede redenen hebben gehad om juist geen band te laten bestaan tussen de rechtsbetrekking en het gekozen forum. Indien partijen bijv. het gerecht van een neutrale staat aanwijzen of deze rechter bevoegd verklaren wegens zijn deskundigheid voor een bepaald type overeenkomsten, doen zich goede redenen voor om aan te nemen dat een band tussen het gekozen gerecht en de rechtsbetrekking juist afwezig moet zijn.17
Een band tussen de partijen en het gekozen forum is niet noodzakelijk op grond van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.18 Dat geldt ook voor een band tussen het gekozen forum en de woonplaats of de nationaliteit van partijen. Partijen kunnen goede redenen hebben gehad geen band met partijen of met de staten van hun nationaliteit of woonplaats te laten bestaan. Indien partijen in de overeenkomst bijv. het gerecht van een derde land bevoegd verklaren wegens zijn deskundigheid voor een bepaald type overeenkomsten of neutraliteit, zal een band niet moeten bestaan of gewenst zijn.
Het bovenstaande betekent niet dat de woonplaats van partijen geen rol speelt in het kader van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Één van de partijen bij de forumkeuze dient woonplaats te hebben in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat. Dat behoeft echter niet de staat van de aangewezen rechter te zijn. Ik verwijs naar de uitgebreide bespreking in par. 7.2. Bovendien sluiten de EEX-V° en het Verdrag niet uit dat een forumkeuze geldig is — volgens het commune internationaal privaatrecht van de aangezochte staat — indien geen van de partijen woonplaats heeft in een EG-lidstaat respectievelijk verdragsluitende staat.
Tot slot merk ik op dat een band met het gekozen forum dient niet te worden verward met de eis dat de forumkeuze op een bepaalde rechtsbetrekking moet zien.19 De bepaaldheid van de forumkeuze is een voorwaarde voor de geldigheid en ziet op de afbakening van de forumkeuze en niet op de relatie tussen de forumkeuze en het gekozen forum of een band tussen het geschil, de rechtsbetrekking of de partijen en het gekozen forum.