NJB 2021/1984:Een dochter is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. De gecertificeerde instelling draagt de moeder bij schriftelijke aanwijzing op om de dochter te doen inschrijven op een bepaalde school. De moeder verzoekt de rechtbank de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren. De gecertificeerde instelling verzoekt de rechtbank via de geschillenregeling om vervangende toestemming om de dochter op de school te doen inschrijven. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af en het verzoek van de gecertificeerde instelling toe. Het hof verwerpt het hoger beroep van de moeder. 1. Bevoegdheden van gecertificeerde instellingen. Waar voor de gecertificeerde instelling de weg van art. 1:265e lid 1 BW (gedeeltelijke gezagsuitoefening) openstaat, komt haar niet de bevoegdheid toe om de weg van art. 1:263 lid 1 BW (schriftelijke aanwijzing), dan wel die van art. 1:262b BW (geschillenregeling) te volgen. 2. Doorbreking rechtsmiddelenverbod. De rechtbank is buiten het toepassingsgebied van art. 1:262b BW getreden. Er deed zich derhalve een grond voor om het rechtsmiddelenverbod van art. 807 lid 1 Rv te doorbreken.