HR, 29-05-2012, nr. 11/05601 H
ECLI:NL:HR:2012:BW6808
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29-05-2012
- Zaaknummer
11/05601 H
- LJN
BW6808
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2012:BW6808, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑05‑2012; (Herziening)
- Vindplaatsen
Uitspraak 29‑05‑2012
Inhoudsindicatie
Herziening. Aanvrage n-o. Onder “eene minder zware strafbepaling” i.d.z.v. art. 457.1 aanhef en onder 2 Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder valt niet de oplegging door de rechter van een andere (minder zware) sanctie.
Partij(en)
29 mei 2012
Strafkamer
nr. S 11/05601 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 mei 2003, nummer 22/002742-02, ingediend door mr. J.W.H. Peters, advocaat te Amersfoort, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Schie" te Rotterdam.
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Dordrecht van 7 juni 2002 - de aanvrager ter zake van 1 primair, 2 primair en 3 primair "medeplegen van moord, meermalen gepleegd" en 4. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1.
Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2.
Het Hof heeft de aanvrager in de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht onder meer veroordeeld voor het medeplegen van moord meermalen gepleegd. De aanvrage houdt de volgende conclusie in: "bovenstaande nova, elk op zichzelf beschouwd en/of bezien in onderlinge verband en samenhang, doet/doen het ernstige vermoeden rijzen dat waren dit/deze bekend geweest, het onderzoek van deze zaak bij het hof niet zou hebben geleid tot een veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf."
3.3.
De aanvrage kan aldus niet tot herziening leiden. Onder "eene minder zware strafbepaling" in de zin van art. 457, eerste lid aanhef en onder 2º, Sv moet worden verstaan een strafbepaling die een minder zware straf bedreigt. Daaronder valt niet de oplegging door de rechter van een andere (minder zware) sanctie.
3.4.
De aanvrage dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 29 mei 2012.