Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/11.11:11.11 Conclusie
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/11.11
11.11 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692226:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
755. Het rechterlijk bevel en verbod zijn niet effectief in het geval de prestatie onmogelijk is. Een onmogelijke prestatie kan immers niet worden afgedwongen en het bevel en verbod als zodanig kunnen de onmogelijkheid ook niet opheffen. De vraag is of dat erg is.
756. Praktisch gezien is het dat wel. Ik heb hiervoor uiteengezet dat een van de belangrijke doelen van het burgerlijk (proces)recht is de nakoming van verbintenissen en het voorkomen van onrechtmatigheid. Wanneer de onmogelijkheid een feit is, staat de schuldeiser met lege handen wanneer het op de nakoming aan komt en een gepleegd onrechtmatig handelen kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Juridisch bezien is het echter geen probleem dat een bevel of verbod bij onmogelijkheid niet kan worden toegepast. Er is geen regel waaruit volgt dat een partij moet worden veroordeeld het onmogelijke te doen.
757. In hoofdstuk 6 (nummer 292) heb ik geconcludeerd dat een preventieve remedie effectief is wanneer zij
materiële rechten kan afdwingen;
tijdig is;
een afschrikkende functie heeft; en
proportioneel is.
Voor de situatie waarin een prestatie onmogelijk is of is geworden, is het rechterlijk bevel en verbod niet meer preventief beschikbaar, maar wanneer onmogelijkheid dreigt kan het preventieve karakter van het rechterlijk bevel en verbod juist wel zijn werking hebben. Een schuldeiser kan op dat moment de nakoming afdwingen, al dan niet onder tijdsbepaling en op straffe van een dwangsom. Die afgedwongen nakoming impliceert een bevel aan de schuldenaar de onmogelijkheid te voorkomen. Bij dreigende onmogelijkheid die bekend is bij de schuldeiser zal het rechterlijk bevel of verbod daarom een zekere effectiviteit behouden en daarmee de doelen van het burgerlijk (proces)recht kunnen blijven dienen. De tijdigheid van de remedie speelt in dit verband geen andere rol dan de preventieve beschikbaarheid en de onmogelijkheid van de prestatie roept ook geen bijzondere vragen op ten aanzien van de proportionaliteit en afschrikkendheid van de remedie.