HR, 27-06-2023, nr. 21/02895 P
ECLI:NL:HR:2023:987
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27-06-2023
- Zaaknummer
21/02895 P
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2023:987, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑2023; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2021:1865
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:502
- Vindplaatsen
Uitspraak 27‑06‑2023
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr (drugstransporten). 1. Ontvankelijkheid OM in hoger beroep. Heeft hof juiste maatstaf aangelegd bij beoordeling tardieve appelschriftuur OM? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. onschuldpresumptie. 3. Schatting w.v.v. Is buiten redelijke twijfel is dat betrokkene andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr heeft begaan? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02765 P. Vervolg op HR:2021:119 (strafzaak).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02895 P
Datum 27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 29 juni 2021, nummer 23-000254-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de betrokkene.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.