Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.3.1:3.3.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.3.1
3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192698:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
51. In §2.4.1. kwam het door de Wereldbank geschetste arsenaal aan procedures voor financiële reorganisatie aan de orde, variërend van zeer informeel tot zeer formeel. De akkoordmogelijkheden naar huidig Nederlands recht kunnen ook in een schema worden weergegeven. Zie daarvoor de figuur hieronder. Naarmate een procedure verder op de X-as is geplaatst, is de rechterlijke betrokkenheid intensiever en is de procedure formeler. Hoe hoger de procedure op de Y-as is weergegeven, hoe groter de dwangmogelijkheden zijn.
In deze paragraaf staan de akkoordprocedures die vóór de WHOA reeds bestonden centraal. Dat zijn allereerst het onderhands akkoord (§3.3.2) en de dwangdeelname aan een dergelijk akkoord (§3.3.3). Daarna komt in §3.3.4 art. 287a Fw aan bod, dat natuurlijke personen een wettelijke basis biedt voor een dwangakkoord ter voorkoming van een schuldsaneringstraject. Daarna bespreek ik de drie insolventieakkoorden, te weten het schuldsaneringsakkoord (§3.3.5), het surseanceakkoord (§3.3.6) en het faillissementsakkoord (§3.3.7). Diverse aspecten van de regeling van het surseance- en faillissementsakkoord komen aan bod bij wijze van interne rechtsvergelijking in deel II. Om die reden wordt in dit hoofdstuk volstaan met een schets van de regeling op hoofdlijnen. In §3.3.8 concludeer ik dat het pre-insolventieakkoord de missende schakel in het spectrum van akkoordregelingen is.