Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/8.5.0
8.5.0 Introductie
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500702:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit in afwijking van het uitgangspunt dat een ieder zijn eigen schade draagt: een impliciet uitgangspunt van de contractuele, wettelijke en ongeschreven gronden voor aansprakelijkheid. Zonder een concrete wettelijke, ongeschreven of contractuele regeling die terug is te voeren op een bepaalde rechtsgrond, blijft de schade in beginsel liggen waar deze is gevallen.
Engelhard & Van Maanen 2008, p. 4-5.
Lindenbergh 2008, p. 8-12., Hartkamp & Sieburgh, 2012/31.
Hartkamp & Sieburgh 2012/31.
Engelhard & Van Maanen 2008, p. 13.
Paragraaf 2.6.1.
Soortgelijk: A.J. van der Meer in diens annotatie (slot) voor HR 8 juli 2011, LJN BQ1823, BER 2011-1, m.nt. A.J. van der Meer en «JBPr» 2012, 5 m.nt. L.P. Broekveldt (STAK Forward/Huber c.s.).
De juridische figuur van onrechtmatige daad, welke een rol speelt in de situatie van onrechtmatig beslag, vormt een grondslag voor aansprakelijkheid en schadevergoeding. Engelhard en Van Maanen wijzen erop dat ook maatschappelijke redenen kunnen worden aangevoerd als argument dat het vergoeden van schade in bepaalde omstandigheden bij de veroorzaker van die schade neergelegd dient te worden.1 Een van de gronden die de auteurs in dit verband noemen, en aan de orde is in de situatie van een onrechtmatig beslag, is verwijtbaar gedrag, waardoor schade voor een ander wordt veroorzaakt. Dit leidt – los van rechtsregels – tot een morele plicht om die schade te vergoeden. Persoonlijke verwijtbaarheid vraagt vanuit een maatschappelijk perspectief om een sanctie, waarbij de overheid de benadeelde via het recht als instrument de mogelijkheid kan bieden om hiervoor gecompenseerd te worden.2 In de literatuur wordt het doel van schadevergoeding over het algemeen omschreven als: het de benadeelde zoveel als mogelijk plaatsen in de positie waarin hij zou hebben verkeerd indien het schadeveroorzakende feit achterwege was gebleven.3 De omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is, met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien het schadeveroorzakende feit niet had plaatsgevonden. Hartkamp & Sieburgh4 merken op dat een nauwkeurige berekening van de schade in vele gevallen, met name bij de bepaling van schade wegens gederfde winst (in het geval van bedrijfssituaties waarbij sprake is van beslag waardoor liquiditeiten niet beschikbaar zijn voor de bedrijfsvoering, aan de orde) niet met zekerheid kan worden vastgesteld, zodat een waarschijnlijkheidsberekening nodig is.
Een nevenfunctie van het aansprakelijkheidsrecht die door Engelhard en Van Maanen wordt genoemd, en die in mijn visie zeker ook voor de situatie van een onrechtmatig gelegd beslag heeft te gelden, is die van preventie.5 Een in de praktijk adequaat functionerende derde pijler binnen het conservatoir beslag zal beslagleggers immers stimuleren om bij de beslissing om al dan niet over te gaan tot het leggen van beslag (ongeacht of hier overwegingen in verband met de manifeste of latente de functie een rol spelen)6 rekening te houden met het risico van aansprakelijkheid en schadeplicht in het geval van een achteraf als onrechtmatig geoordeeld beslag.7